Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De heer Mr. W. de Sitter spak (Handelingen 1880—1881 1 bl. 67): „Ik heb in de afdeelingen behoord onder degenen die aarzelen hunne stem aan dit wetsontwerp te geven. De bezwaren die ik had zn'n in ons Eindverslag medegedeeld. Zn' waren vooral gelegen in onze financiële omstandigheden en in het gebrek aan regeling tusschen de financiën in Indië en in Nederland. Met een zeker genoegen nam ik daarom inzage van de Nota van den Minister, die zy'ne Excellentie zoo beleefd is geweest op het Eindverslag te doen volgen. Ik hoopte dat die Nota myne bezwaren zou opheffen. By' het aandachtig nagaan yan die Nota, ben ik tot myn leedwezen niet voldaan. Ik vind daarin stry'd en by' den Minister met zich zelf en bij de deskundigen. Ik zal daarom gaarne van den Minister eenige nadere inlichtingen ontvangen, in de hoop dat daardoor de bij my' bestaande bezwaren overwonnen kunnen worden.

In de Nota, aan de Kamer overgelegd, lees ik:

„„De ondergeteekende moet bepaald ontkennen dat aan weg en materieel, in den laatsten ty'd en met het vooruitzigt op het sluiten van eene „overeenkomst met het Gouvernement, door de spoorwegmaatschappu' „weinig en niet meer dan het onvermy'dely'ke zou zyn verrigt"".

Deze periode strekt om te wederleggen de opmerking in het Eindverslag, dat in 1880 aan dien weg niet meer dan voor gewoon onderhoud zou besteed zijn.

Nu lees ik in het laatste Koloniaal Verslag, dat wy' nagenoeg gelijktijdig met de Nota ontvangen hebben, dat de uitgaven voor de baanen kunstwerken van dezen spoorweg zich in 1880 bepaalden tot die voor gewoon onderhoud.

Die twee zinsneden komen my' voor in lynregten stry'd met elkander te zijn

Wanneer ik nu de statistiek omtrent dezen spoorweg in het Koloniaal Verslag naga, dan blykt dat de winst per dagkilometer gaandeweg klimt. De totaalcy'fers beliepen in 1880 per dagkilometer: ontvang ƒ 32,75, uitgaven ƒ 14,13, winst ƒ 18,62; in 1877 beliep die winst ƒ 16,65, terwyl de uitgaven vry normaal zyn, en het Verslag meldt dat de eerste 6 maanden van 1881 wederom voordeeliger waren dan die van het vorige jaar. Men schynt dus ook in 1881 eerste zes maanden niets meer dan het strikt noodige aan den weg te hebben besteed.

De Minister raamt de herstellingen nog aan den weg te doen in de Nota op ƒ 600.000.

Die 6 ton zullen strekken voor verbeteringen, zegt de Minister; doch hoe dit zy, de koopsom-wordt daardoor niet 6 millioen, maar 6 millioen en 6 ton, dus 10 per cent meer.

Nu lees ik in de Memorie van Beantwoording in de andere Kamer overgelegd; als het gevoelen van de deskundigen die een onderzoek naar den toestand van dezen spoorweg hebben ingesteld het onderzoek in de Nota bedoeld:

Sluiten