Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de andere Kamer herinnerde ik er reeds aan dat ik dit voorstel, een oud lievelingsdenkbeeld, in den tegenwoordigen toestand der financiën zekere niet zou voorgesteld hebben indien daarvoor niet redenen bestonden van Staatsbelang, van handelsbelangen en belangen der inlandsche bevolking. Bn' alle besprekingen met de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij heeft deze overdragt steeds op den voorgrond gestaan. Die besprekingen hebben mijn opvolger in 1877 geleid tot het indienen van een voorstel jdat door de Tweede Kamer niet werd aangenomen, doch na die verwerping is men terstond, met het oog op de havenwerken en de exploitatie van de havenljjn, met de Indische Spoorwegmaatschappij in onderhandeling getreden over een libre parcours, een ruimer contract, zoo de Engelschen het noemen, en men heeft toen partij getrokken van de omstandigheid dat de heer Maarschalk hier te lande tegenwoordig was om van diens hulp gebruik te maken.

Die poging om libre parcours te verkrijgen is mislukt.

Bjj art. 35 der concessie voor de lijn Batavia—Buitenzorg heeft de Maatschappij de verpligting op zich genomen om van een of meer gedeelten van den weg gemeenschappelijk gebruik aan andere ondernemingen toe te staan. Doch als men, daarop voortredenerende, zou meenen dat de Maatschappij daarom verpligt is de beschikking van den geheelen weg aan anderen af te staan, dan vergist men zich. Dit wordt volstrekt door haar ontkend. Men heeft getracht met de Maatschappij tot zulk èene overeenkomst te geraken, doch, zoo als ik zeide, de Maatschappij, heeft zich ongenegen getoond. Nu kan men wel zeggen: de Indische Spoorwegmaatschappij moest het maar doen, en ook de lijn Tandjong-Priok naar Batavia exploiteren, maar zij heeft eene overeenkomst met den Staat en heeft hare regten. Zn' is volstrekt niet verpligt om meer te doen dan waartoe zij gehouden is.

De poging om, in verband met de voorziene exploitatie van de ln'n naar de Preanger, een contract te sluiten tot gemeenschappelijk gebruik is dus vervallen. Toen is men er toe moeten komen om het contract van 27 Februarij 1879, dat als bijlage Y bij het Koloniaal Verslag voor 1879 gevoegd is, te sluiten, waarbij werd opgenomen de verlaging van vervoer ten behoeve van dé materialen voor den aanleg van den spoorweg naar de Preanger.

Van den beginne af aan, had men zich wel teleurstelling voorgesteld, maar met de toepassing van het contract is het gebleken, dat het op lange na niet voldeed aan het doel, dat men zich had voorgesteld van lager vracht, en dat het daarenboven aanleiding gaf tot allerlei moeijelijkheden en quaestien tusschen de maatschappij en den Staat. Die moeijelijkheden zijn destijds echter grootendeels uit den weg geruimd door de goede verhouding, waarin de heer Maarschalk stond met de hoofdambtenaren- van de maatschappij, die veelal onder hem hadden gediend, door wederkeerige welwillendheid.

Sluiten