Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen dan ook 12 Mei 1897 goedkeuring van teekeningen voor den aanleg van de lyn Warongdowo—Bekassi Oost werd gevraagd, geschikt om bereden te worden door de Hohenzollern loc's van de Probolinggo Stoomtram Maatschappij (Pb. S. M.), wegende 9500 K.G., moest dit geweigerd worden, omdat de bovenbouw en de kunstwerken in den weg der Ps.S.M. slechts berekend waren op een veel lichter type.

Op een aanvraag van de Ps. S. M. tot goedkeuring van andere ontwerpen, dd. 19 Mei 1897 ingediend, volgde dd. 17 Juni d.a.v. een afwijzende beschikking, omdat zij niet voor goedkeuring vatbaar waren:

„Het railprofil en de toe te passen bovenbouw van den weg zn'n nog „niet vastgesteld, omtrent het te bezigen type van locomotief bestaat nog „onzekerheid en eerst nadat omtrent een en ander zekerheid zal verkregen „zn'n zullen de afmetingen van metsel-, hout- en ijzerwerken voor te „bezigen kunstwerken bepaald en op de teekeningen aangegeven kunnen „worden", aldus de Directeur der B. O. W.

Den 30en Juni 1897 werd door den H. V. der Ps. S. M. verzocht de rails geleidelijk te mogen verzwaren, waarmede een jaar gemoeid zou gaan en onderwijl toch toe te staan dat de zwaardere locomotieven op het onverzwaarde gedeelte dienst deden. Aangezien de bovenbouw op den raddruk niet berekend was, werd het laatste verzoek geweigerd. In verband hiermede werd bn' de openstelling der lijn Waroengdowo—BekassiOost bepaald, dat slechts locomotieven van 4,8 ton gebruikt mochten worden. Waar deze machines wegens de zware hellingen op dit lijngedeelte niet te gebruiken waren verzocht de H. V. 12 Maart 1898 telegrafisch .dispensatie, der belemmerende bepaling, welk verzoek echter denzelfden dag nog telegrafisch geweigerd werd.

Bn' de indiening der teekeningen voor de lijn Waroengdowo—Sengon werd de Resident van Pasoeroean ingelicht, dat het medegebruik van gouvernementswegen en kunstwerken afhankelijk gesteld werd van eenige nadere voorwaarden, als plaatsing van grinddepots enz. (vraag dateerde van 8 April, antwoord was reeds 19 April verzonden). Door den H. V. werd daarna aan de bepalingen voldaan.

Grootere bezwaren nog deden zich voor toen goedkeuring gevraagd werd voor het kunstwerk Toentang over de Walangrivier. In zn'n weigerende beschikking van 19 Juli 1898 schreef de Directeur der B. O. W.: „Hieraan wensch ik nog de opmerking vast te knoopen, dat nog steeds „geen belastingsschema van de bruggen in de ln'n Warongdowo—Sengon „is overgelegd hetgeen andere tramwegondernemingen onder behoorlijke ^technische leiding aan de indiening van de definitieve ontwerpen van „kunstwerken enz. doen voorafgaan".

En 28 December 1898 schreef de Directeur weer, dat goedkeuring van ijzeren bruggen geweigerd werd, zoolang het juiste belastingsschema niet bekend was: „Met de vage mededeeling dat locomotieven met een „dienstgewicht van 13 ton, doch met een onbekenden radstand en met

Sluiten