Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Overleg zijdens de Maatschappij had, zooals boven reeds werd opgemerkt niet plaats, van langdurige onderhandelingen kan dus in 't geheel niet gesproken worden; zij bestonden alleen in de verbeelding van de Directie der Ps. S. M.

Wat het andere deel aangaat, de vertragingen, gevolg van de aanrakingen met de „afdeeling B. O. W.", daarvan wordt geen enkel voorbeeld aangehaald. Daarentegen somde ik eenige gevallen op, waardoor tengevolge der ondeskundige technische leiding bij de Ps. S. M. vertraging moest plaats ontstaan; ik wy's op den zonderlingen aanleg van de ln'n Pasoeroean —Warongdowo met lichte rails, de uitrusting met locomotiefjes van 4 ton enz.; het ontbreken van een belastingschema, het niet indienen van gegevens voor de te gebruiken locomotieven enz.

Ook de zonderlinge constructie van de Ps. S. M. waarby' de familie Verloop concessie aanvroeg bij gedeelten van het net om deze te aanvaarden, aan te leggen en later in de moedermaatschappij in te brengen, werkte storend. Telkens ontstonden moeilijkheden tusschen de diverse Hoofdvertegenwoordigers, aanlegchefs, gemachtigden (de heeren B. Bos, T. G. F. G. Tissot, A. A. van Vloten, L. J. Roscam Abbing) en de Regeering over de bevoegdheden, terwy'1 onderwijl de heer Verloop als Directeur der Indische Industriebank, welke de lijn Warongdowo—Bekassie-Oost — houder der concessie was Mevrouw Verloop — financierde, zat te onderhandelen met de Ps. S. M., waarvan hij eveneens Directeur was.

Zoo dadely'k zal nog een geval behandeld worden — Badjangan 4 — waardoor tengevolge van de houding van den H. V. den heer Bos, vertraging in den aanleg ontstond. Niet duidelijk is ook, dat de Directie der Ps. S. M. in haar jaarverslag over 1900 schrijft, dat het gereedkomen der lyn — tengevolge van de bemoeiingen van de B. O. W. 3 jaar kostte, waar de technische uitvoering in 1 jaar mogelijk was en dat de Maatschappij 2 a 3 jaar achter raakte; immers dezelfde Directie schreef op bl. 1 van het verslag van het vorige jaar:

„Hoewel reeds in het laatst van 1898 alle rails, wissels enz. waren „uitgezonden naar Pasoeroean en de baan cum anexis wat het werk be„treft, gemakkelijk gereed had kunnen geweest zyn en in volle exploitatie tegen 1 Juli 1899, zoo hadden wy' zooveel oponthoud van allerlei aard, „dat de aanleg eerst in het begin van 1900 gereed kon komen tot Sengon „en eerst 15 Mei 1900 het baanvak tot de -suikerfabriek Alkmaar voor „den afvoer kon worden geopend".

Hoogstens zou dus in verband met het materieelgebrek van een vertraging van een 10-tal maanden gesproken kunnen worden. Men zie ook het verslag over 1898, in welk jaar het locomotiefgebrek zoo nijpend was, dat op de toen geopende ly'nvakken de loop der treinen „tot een minimum gereduceerd" werd. Ook lezen we in datzelfde verslag: „Spoediger dan „aanvankelijk was berekend (!) is het, baanvak Warong Dawa—Bakallan „gereed gekomen en teneinde met de voorhanden locomotieven alle voor

Sluiten