Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„verleent door haar van een gedeelte van den openbaren weg met daarin „gelegen kunstwerken het medegebruik te geven, zich daardoor buiten „staat zoude stellen ooit tot eenige herstellingen of vernieuwingen dier „kunstwerken over te gaan, zonder gevaar te loopen schadevergoeding aan „die Maatschappij te betalen.

„Eene dergelijke opvatting zoude niet vol te houden zn'n want het „is duidelijk dat waar de Directeur der Burgerlijke Openbare Werken „blijkens artikel 21 van eerstgenoemd Staatsblad, de bevoegdheid heeft „om zonder opgaaf van redenen het volgen van den openbaren weg of „het benutten van de daarin gelegen bruggen en duikers onraadzaam te „achten,- hy' in het vervolg wel nimmer meer een dergelijk medegebruik „zoude toestaan wanneer daarvan bedoelde verplichtingen tegenover de „tramweg Maatschappij het gevolg zouden kunnen zn'n.

„Het vasthouden aan die zienswijze zoude althans voor den Heer „Bos reeds dadely'k tengevolge hebben dat ik tegen de goedkeuring van „de door hem by' zy'ne rekesten van 25, 26 en 29 Juli jl. ingediende ont„werpen van, het baanvak Bakalan—Poerwosari—Sengon bezwaar zoude „maken, dan wel dat ik aan de goedkeuring daarvan bezwarende bepalingen van verstrekkenden aard zoude meenen te moeten verbinden.

„Wat ten slotte betreft zyn beroep op artikel 12 van het Algemeen „Reglement in meergenoemd Staatsblad zy' hier opgemerkt dat, ook bly„kens de wordingsgeschiedenis van dat Reglement, dat artikel alleen betrekking heeft op tramwegen op eigen baan.

„Trouwens wanneer de rails op een openbaren weg gelegd zyn kan „nimmer gesproken worden van den tramweg, in den zin van dat artikel, „omdat de Maatschappij of de ondernemer door de verkregen vergunning „om zy'ne rails in of op den openbaren weg te leggen nimmer op dien „weg of het benutte gedeelte daarvan eenig bezitsrecht kan verkrijgen, „en de rails met de dwarsliggers alleen, zonder baanlichaam, nog geen „tramweg daarstellen.

„Ik heb de eer UHEdG. te verzoeken by' een eventueel onderhoud „met den Heer Bos, hem het bovenstaande wel te willen mededeelen daar „ik vermoed zulks wel van overwegenden invloed zal zyn op de door hem „te nemen beslissing".

De aanlegchef der lyn Waroengdowo—Sengon, de heer Tissot, deelde daarop dd. 21 Sept. 1899 mede, dat hy H. V. was van de Indische Industriebank (den heer Verloop), en dat de heer Bos dus met de bovenbesproken ter goedkeuring aangeboden teekeningen niets te maken had. Wel had de heer Bos als H. V. van de Ps.S.M. en van Mevrouw Verloop ook zy'ne (Tissot's) projecten ter goedkeuring aangeboden „met het doel aan de „autoriteiten zoo weinig mogelijk soesah te veroorzaken"; dit was echter een feitely'ke onregelmatigheid geweest.

In zyn brief aan de Regeering van 21 October 1899 No. 16879 wees de heer de Meyier op de verwarring ontstaan door de eigenaardige be-

Sluiten