Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

langencombinatie bn' de Ps. S. M. en tevens" dat den 25, 26 en 29 Juli 1899 rekesten werden ontvangen, het eerste betrekking hebbende op een ontwerp waarbij de trambaan op den postweg Bakallan—Poerwosari gedacht was hoewel vroeger reeds goedkeuring van een project op eigen baan had plaats gevonden, terwn'1 de beide andere rekesten ook verzoeken inhielden voor goedkeuring van baanvakken op den bestaanden weg aan te leggen (Poerwosari—Sengon). De goedkeuring hiervan was aangehouden, daarentegen had goedkeuring plaats van projecten, waarbij de de ln'n op eigen baan was gedacht (verzoeken van 31 Juli, 14 en 15 Augustus 1899). Medegedeeld werd, dat de onthouding der goedkeuring aan de projecten, waarbij van gouvernements wegen en-kunstwerken gebruik gemaakt werd, verband hield met de gerezen kwestie — Badjangan 4.

Aangezien onderwij 1 de overdracht van de 2 concessies op de Ps.S.M. plaats had — G. B. van 26 October. 1899 No. 7 — werd rechtens de heer Bos, die zich nog niet had laten substitueeren door den heer Tissot, weder Hoofdvertegenwoordiger. Niettegenstaande de concessie Warongdowo—Sengon op de Ps. S. M. overgedragen had en de H. V., de heer Bos, zich den 2en November bereid verklaard had om onder protest tegen de wijze van behandeling, bn' te dragen in de kosten, was het weer de heer Tissot, die zich den 2en November 1899 met een lang telegrafisch rekest tot den Landvoogd wendde om eene beslissing in zake de goedkeuring der projecten uit te lokken.

De heer de Meyier lichtte den Gouverneur-Generaal eenige dagen daarna in — 10 November 1889 No. 17941 —, o.m. verwijzende naar den brief van 3 Nov. t.v. No. 17592 waarin de kwestie principieel was behandeld en voorgesteld was geworden om art. 7 van Stbl. 1893 No. 191 te wijzigen. Aan .het slot werd medegedeeld, dat uit een technisch oogpunt tegen de goedkeuring der ingediende projecten geen bezwaar bestond en werd de beslissing der Regeering gevraagd hoe in deze en in analoge gevallen ware te handelen.

Bjj missive le G. S. van 24 November d.a.v. No. 2593 vroeg de Regeering, als antwoord hierop, inlichting of in het algemeen tegen goedkeuring der teekening bezwaren bestonden indien de betrokken Maatschappijen zich verbonden om zich aan een eventueelé wijziging van art. 7 der Voorwaarden opgenomen in Stbl. 1893 No. 191 te onderwerpen.

Aan den Resident van Pasoeroean werd bekend gemaakt (den 25e November 1893 bij brief No. 18794), dat goedkeuring der teekeningen zou volgen, indien de H. V. zich aan een aangegeven wijziging van art. 7 der voorwaarden in Staatsblad 1893 No. 191, omschreven, wilde onderwerpen.

Drie dagen later (brief 18902) werd aan den Landvoogd geschreven dat de gestelde vraag toestemmend moest worden beantwoord en dat het overleg met de Ps. S. M. door tusschenkomst van den Resident van Pasoeroean reeds begonnen was. Toen bleek dat de kosten van wijziging der

Sluiten