Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

duiker ƒ 4080.— zouden bedragen, waarvan ƒ 1618 ten koste der Ps. S. M. zouden komen, werd den 13en Dec. 1899 — missive No. 19604 — aan den Resident van Pasoeroean bekend gesteld dat de heer Bos, die bh' de opmaking van het project medegewerkt had, volstaan kon met eene verklaring af te geven, volgens welke zijne maatschappij die som na voltooiing van het werk zou storten en dat zjjdens de Maatschappij eenige tijdelijke voorzieningen zouden worden getroffen. 13)

Deze brief kruiste met een verklaring gedateerd 12 Dec. 1899. van den Heer Tissot, als gemachtigde van den concessionaris der ln'n Waroengdowo—Sengon, den heer Verloop, — die ondertusschen zn'ne rechten reeds aan de Ps.S.M. overgedragen had —, dat hn' zich aan een wijziging van art. 7 der Algemeene Concessievoorwaarden onderwierp, zulks met het doel de goedkeuring te erlangen op de reeds ingediende doch nog niet goedgekeurde teekeningen van bovenbedoelde tramlijn. Hernieuwd oponthoud was hiervan het gevolg, aangezien de heer Tissot in dezen dus geen bevoegdheden meer had en blijkens schrijven van 16 Januari 1900 No. 19 de heer Bos, de H. V. der Ps. S. M. eerst zn'ne Directie in de zaak wildé kennen. 14)

De tn'delijk-waarnemend Directeur der B. O. W. de heer Th. A. M. Ruys, deed daarop aan den Resident van Pasoeroean mededeeling, — brief van 22 Januari 1900 No. 1048 —, dat de eenvoudigste manier om tot overeenstemming te komen, daarin bestond dat de Ps. S. M. eene verklaring aflegde, waarbij art. 1 van het z.g. „Standaardmodel" van concessievoorwaarden van toepassing verklaard werd op het geheele lu'nencomplex; dit artikel 1 kwam o.a. reeds voor in de aan den heer Verloop verleende tramvergunning voor de zijlijn naar Pasrepan (zie boven). In antwoord op eene opmerking van den heer Bos werd medegedeeld, dat de Regeering het zeer zeker op prijs zou stellen, indien de Ps. S. M. een geheel nieuwe concessie geldende voor alle drie lijnen in overweging zou willen nemen; ook voor de Ps. S. M. waren hieraan belangrijke voordeelen verbonden. Tevens werd een wijziging van art. 12 van het Algemeene Reglement op de Tramwegen aangekondigd.

Aangezien de heer Bós niet nader terug kwam op het door hemzelf aangegeven overleg met zn'ne Directie, vroeg de Directeur der B. O. W.

13) Aangezien de heer Bos hiermede accoord ging, werd bij G.B. van 10 Maart 1900 No. 27 het werk geautoriseerd en sub 2 aangeteekend, dat de Ps. S. M. voor t 1618.— in de kosten zou bedragen en verbonden werd eenige tijdelijke werkzaamheden uit te voeren.

14) De Directie der Ps. S. M. wendde zich, waarschijnlijk naar aanleiding van den brief harer H. V., den 14den April 1900 tot den Minister van Koloniën.

De gevolgen hiervan zijn uitvoerig omschreven in de Algemeene Mededeeling der S. S. No. 11 (A. W. E. Weijerman: Geschiedkundig Overzicht van de totstandkoming der aan spoor- en tramwegondernemingen in N.-I. verleende concessievoorxvaarden en der op grond van die concessievoorwaarden gesloten overeenkomsten 1917) deel IIA, Afdeeling XII, Hoofdstuk VII, bl. 392, e.v.

Sluiten