Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Van de hier genoemde schuld aan de Indische Industriebank werd „in 1901 f 225.000 afbetaald. Op de balans per 31 Dec. van dat jaar komt £het overschot dezer schuld nog voor als een post van ƒ 149.646.00% en „voor dit bedrag te zamen met de vordering van den heer Verloop, die „ƒ 14.696.32% bedroeg, nam deze in 1902 genoegen met een laatste afbetaling van ƒ 30.000. Op de rekening van de Indische Industriebank „viel dus wel wat af te dingen, niettegenstande de aandeelhouders door „het goedkeuren van de balans per 31 Dec. 1900 de vordering ten volle „hadden erkend.

„Globaal berekend (om niet onnoodig uitvoerig te worden, blijven een „paar factoren buiten bespreking) werd dus voor tram en uitrusting „ƒ 918.000 aan de Indische Industriebank betaald. Voegt men hierbij „ƒ 240.000, waarvoor de concessie benevens het lijntje Pasoeroean — Wa„rong Dowo van de concessionarissen werd overgenomen, dan komt men „tot een totale som van ƒ 1,158,00, die, de concessie voor ƒ 100,000 aangenomen, nog steeds anderhalve a twee en een halve ton gouds hooger is „dan de twee waardeschattingen bovenvermeld. Het heeft er dus al den „schijn van dat aan concessionarissen en in 't bijzonder aan de Indische „Industriebank veel te veel is betaald.

„Die schijn wordt misschien verhoogd door de wijze, waarop de Indische Industriebank en de heer Verloop zich ƒ 134,342.33 lieten afdingen, „tenzij men er de voorkeur aan geeft in dit geval aan een zeldzame com„mercieele goedigheid te denken.

„Die schn'n wordt zeker verhoogd, wanneer men inzage neemt van „de overeenkomst tusschen de Pasoeroean Stoomtram-maatschappij en de „Indische Industriebank. In hoofdzaak komt dit contract hierop neer, dat „men aannam voor ƒ 23,000 per K.M., uitgenomen „„bijwerk"", een compleet uitgeruste tram te leveren Het „„bijwerk"", dat bij het afsluiten der „rekening zeer belangrijke sommen vertegenwoordigde, mocht berekend „worden tegen „„de kosten plus 17 pet. commissie"". De hooge prijs en het „eigenaardige der overeenkomst daargelaten, blijkt de bedenkelijke zijde „van dit contract vooral uit de onderteekening. Voor de Pasoeroean tee„kende de directeur M. C. Verloop en Jhr. J. C. F. Westpalm van Hoorn „van Burgh; voor de Indische Industriebank, waarvan de heer M. C. „Verloop eveneens directeur was, teekenden de waarnemende directeur „J. W. H. Westerbaan Muurling en dezelfde jhr. J. C. F. Westpalm van „Hoorn van Burgh. Naar de meening der commissie zal het ieder duidelijk zijn, dat hier een voldoende waarborg wordt gemist voor het uiteendouden van de verschillende belangen.

„Of gedurende het directeurschap-Verloop met winst of verlies werd „geëxploiteerd, is een ondoorgrondelijk geheim. De boeken geven geen „uitsluitsel; de commissie vermoedt, dat op de exploitatie yerloren is. „Evenwel, op voorstel van de directie hebben de aandeelhouders goed gebonden te bepalen, dat er een winst behaald werd die 50 pet. van de bruto

Sluiten