Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„gen bewijs van kwijting van ƒ 292.200 op het nominaal kapitaal der „obligatieleningen en bovendien van de tot en met 1 Juli 1905 verschenen „en vennootschap niet betaalde copons, benevens rentereductie tot 4 pet. „op de als dan overblijvende hoofdsom".

Een jaar later bracht de heer J. Bakker een verslag uit over zijn plaatselijk onderzoek van de lijn op Java. Een uittreksel van dit rapport, gedateerd 1 Mei 1906 is opgenomen als bijlage II. van het jaarverslag der Pasoeroean Stoomtram Maatschappij over 1905.

Vermeld kan worden, dat na de reorganisatie de Ps. S. M. aan hare geldelijke verplichtingen kon voordoen.

In verband met de reoganisatieplannen, waarvan boven sprake was, vroeg de H. V., de heer G. Zeehuisen,*) dd. 12 Februari 1904 aan den Directeur der B. O. W. om den duur der concessies van de Ps. S. M. met 49 jaar te verlengen, zoodat deze 99 in plaats van 50 jaar zouden duren. In geval de Regeering hierin zou willen bewilligen, zou de aflossing der leeningen over 99 in plaats van over 50 jaar kunnen plaats hebben en zou dus jaarlijks meer geld vrijkomen voor onderhoud en vernieuwingen.

Nadat over eenige zaken op de aanvrage betrekking hebbende gecorrespondeerd was geworden, werd den 7en September 1904 bn' G. B. No. 45 geantwoord dat op het verzoek voorshands niet beschikt werd, terwijl de adressant voor inlichtingen verwezen werd naar den Directeur der B. O. W.

Deze inlichtingen werden den 4 October d.a.v. gevraagd; den 14 October d.a.v. werd den H. V. medegedeeld, dat de 3 concessies der Ps. S. M. zouden afloopen op 12 Mei 1943, 20 Januari 1947 en 15 Maart 1948. Het werd een goede oplossing geacht om één nieuwe concessie te verleenen, welke tot het jaar 2003 zou loopen. Waar verder aanvragen tot wijziging van de concessie moesten uitgaan van de algemeene vergadering van aandeelhouders, kon dit niet gevraagd worden door den Directeur, noch minder door den H. V. ook al was deze notarieel gemachtigd om namens de directie op te treden.

Terwh'1 er nog op gewezen werd, dat de statuten der Ps. S. M. slechts tot 1945 reikten, werd het voorts wenscheln'k geacht, de nieuwe concessie te moderniseeren, zooals bij G. B. van 15 September 1901 No. 25. ten opzichte van de Probolinggo Stoomtram Maatschappij geschied was. (concessie zijlijn Gending—Maron, welke echter niet aanvaard werd, zie deel V Hoofdstuk I § 2).

Den 29 April 1905 kwam de H.V. op zn'n verzoek terug, ditmaal gemachtigd door een besluit van de algemeene vergadering van aandeelhouders. Gevraagd werd een concessie geldig tot 99 jaren na dateering van

2) Deze heer Zeehuizen zou later — in begin October 1919 — bij een spoorwegongeluk op de verbinding Berlijn — den Haag in Duitschland het leven verliezen.

Sluiten