Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoofdstuk III.

HET TOEZICHT OP DE SPOOR- EN TRAMWEGEN.

§ 1, Het toezicht op de particuliere spoor- en tramwegdiensten tot 1888.

Ingevolge Afdeeling II van de concessie-voorwaarden der N. L S. M. was de Indische Regeering verplicht toezicht te houden over: „de uitvoering van alle werken, zoowel van eersten aanleg als van onderhoud, vernieuwing of verandering, en over de instandhouding van het materieel „van vervoer en van de exploitatie" (art. 25 al. 1).

Waaruit het „toezigt" zou bestaan, werd in de concessievoorwaarden niet nader omschreven. Voorloopig brak men er zich het hoofd ook niet over. Door iemand te benoemen, die het concessioneel vermelde toezicht zou moeten uitoefenen, dacht men van de zaak af te zijn. Gelukkig was er iemand in Indië aanwezig, aan wien men de werkzaamheden meende te kunnen opdragen, waardoor tevens het voordeel verkregen werd, dat men uit een moeilijke impasse van personeelen aard geraakte.

Na de heftige ruzies in den boezem der Commissie tot de Vervoermiddelen (!), toch had de Indische Regeering ingezien, dat het hoogst ongewepscht was den hoofdingenieur voor de spoorwegen en de industrie J. Dixon onder den heer Th. J. Stieltjes te handhaven. Daarom werd overwogen om dezen heer Dixon te belasten met het toezicht op de spoorwegen, welke weldra in aanleg zouden komen en hem vooraf eene zending naar Britsch-Indië op te dragen teneinde daar eene studie van de koloniale spoorwegen te maken.

Het oordeel van den heer Stieltjes over den heer Dixon is bekend (zie o.a. Indische Spoorwegpolitiek deel II Hoofdstuk IV noot 29 op bl. 129), zoodat de heer Stieltjes blij was, dat een ander emplooi voor den heer Dixon gezocht en gevonden werd. Van de Britsch-Indische studiereis werd evenwel afgezien.

De Regeeringsalmanak van 1864 vermeldt op bl. 66 dat de heer Dixon in speciale betrekking tijdelijk onder den Directeur der B, O. W. geplaatst was, zulks was geschied ingevolge G. B. van 14 Februari 1863 no. 3; bl. 175 van den Almanak van 1865 geeft aan: „Hoofdingenieur voor spoorwegen en industrie belast met het toezigt van regeringswege over de ".uitvoering van alle werken behoorende tot den spoorweg van Samarang

1) Zie Indische Spoorwegpolitiek deel II (tekst) Hoofdstuk IV, bl. 127.

Sluiten