Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„langs Soerakarta naar Djokjokarta J. Dixon 1 Juni 1864", (2) terwijl in het Verslag van het beheer en den staat der koloniën over 1863 op bl. 145 van dezelfde terbeschikkingstelling gesproken wordt en in het Verslag over 1864 op bl. 133 staat opgeteekend: „Met het technisch toe„zigt van regeringswege zoowel over de werken als over het materieel van „vervoer en exploitatie werd belast (nu wy'len) de Hoofdingenieur voor „stoomwezen en industrie J. Dixon".

In een noot volgde dan: „Het toezigt op den aanleg van den spoor„weg wordt thans, met behulp van een ingenieur en een opzigter der „betrokken waterstaatsafdeeling uitgeoefend door den Chef dier afdeeling, den Eerstaanwezend Ingenieur te Samarang". 8).

Welke waren de leidende gedachten geweest welke aan dit „toezicht" ten grondslag lagen?

Als de geestelijke vader der eerste regeling is de Gouverneur-Generaal Mr. baron Sloet van de Beele te beschouwen, die den 24 Maart 1864 aan den Algemeenen Secretaris schreef:

„Er moeten gemaakt worden reglementen op het gebruik der spoor„wegen en op de Spoorwegdiensten. Hoezeer het nog wel wat lang zal „duren voordat zn' behoeven te werken is het wenschelnk met de zamen„stelling bijtijds te beginnen.

„Dit wensch ik op te dragen aan den Directeur der B. O. W. die „Dixon kan inspannen.

„Tot model en leidraad gaan hierbij de voorschriften die in Nederland gelden".

Den 5en April d.a.v. (missive No. 699) kweet de le Gouvernements Secretaris zich van dezen last.

Nadat de Directeur der B. O. W. den 19en Maart 1865 bn' missive le G. S- No. 999 aan de afdoening der opdracht herinnerd was geworden, voldeed de heer de Bruyn den 3en April 1865 bn' missive No. 1642spoed aan het verzoek der Regeering onder overlegging van een OntwerpBesluit en een „Ontwerp Voorloopige Instructie voor den Hoofdambte„naar en het aan hem toegevoegde personeel van regeringswege belast met het toezifft over den aanleg en de exploitatie van den Spoorweg van

2) G.B. 1 Juni 1864 No. 18. Den heer Dixon ,werd geen instructie verleend, evenmin werd hem personeel toegevoegd.

3) Bij K.B. van 5 Sept. 1864 No. 1 (Stbl. No. 178) werden de Resident van Semarang en de Assistent-Resident voor de comptabiliteit aldaar ambtshalve aangewezen tot commissaris en plaatstvervangend commissaris van het Gouvernement bij het Plaatselijk Comité van de N. I. S. M. (later werd de Assistent-Resident vervangen door den Secretaris van het gewest). Dit zou bestendigd blijven tot 1918 toen als zoodanig het Hoofd van het Toezicht en de hoofdingenieur van het Toezicht te Semarang als zoodanig werden aangewezen (K. B. van 17 Juni 1918 No. 128 Ind. stbl. 810).

Deze benoemingen geschiedden ingevolge het bepaalde bij art. 67 der N. I. S. M. concessie; zie Indische Spoorwegpolitiek deel II, hoofdstuk IV § 8.

Sluiten