Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Aan den Chef en het verder personeel wordt, zoo noodig, eene som „toegekend voor reis- en verblijfkosten, en voor klerken en bureaubehoeften. Het bedrag vah een en ander wordt, op voorstel van den Direkteur, „door de Regering bepaald.

„Door voornoemden Direkteur wordt om de drie maanden een verslag „omtrent den toestand van den aanleg der wegen aan de Regering aangeboden.

„Ten derden. Zoodra een gedeelte van een spoorweg is afgewerkt, „goedgekeurd en voor het publiek verkeer opengesteld, houdt het toezigt, „waarvan in het vorig artikel sprake is, op en vangt het toezigt „aan, bedoeld bij B van artikel 1.

„Onder de bevelen van den Direkteur, tot wiens werkkring de middelen van vervoer behooren, wordt het laatstgemeld toezigt uitgeoefend „door een hoofdinspekteur der Spoorwegdiensten, wiens werkkring wordt „omschreven in het nader vast te stellen reglement op de spoorwegen.

„Deze hoofdinspekteur wordt bijgestaan door een of meer inspekteurs „en door opzigters.

„Aan den hoofdinspekteur en, zoo noodig, aan de inspekteurs wordt „eene som toegekend voor klerken en bureaubehoeften. Aan hen en aan „de opzigters wordt ook vergoeding gegeven voor verblijfkosten. Het bedrag van een en nader wordt, op voorstel van den voornoemden Direkteur, door de Regering bepaald.

„Jaarlijks wordt door den Direkteur, wien het toezigt, in dit artikel „bedoeld, is opgedragen, een verslag ingediend aan de Regering van de „exploitatie en het onderhoud der spoorwegen in het afgeloopen jaar.

„Ten vierden. Het toezigt, bedoeld bij C van artikel 1, wordt uitge„oefend overeenkomstig de verordeningen, die voor het algemeen toezigt „op stoomwerktuigen zijn voorgeschreven.

„Ten vijfde. Aan Zijne Excellentie den Minister van Koloniën te „schrijven enz".

In den sub 5 genoemden brief werd medegedeeld, dat nu de heer Dixon overleden was en de aanleg der spoorwegen nog slechts geringe uitgebreidheid had verkregen, het onnoodig voorgekomen was het toezicht aan een afzonderlijken hoofdingenieur op te dragen.

Voorts werd de uitzending gevraagd van iemand geschikt om benoemd te worden tot hoofdinspecteur, belast met het toezicht op de exploitatie en het dagelijksch onderhoud.

In 1866 behelsde de Regeeringsalmanak wederom niets van het „Toezicht", in den jaargang van 1867 vinden we op bl. 171 een clausule opgeteekend welke stereotiep in de eerstvolgende Almanakken voorkomt en welke overgenomen was uit het Verslag van het Beheer en den Staat

Sluiten