Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het gevolg van dit overleg was de totstandkoming van het Gouvernements Besluit van 29 October 1872 No. 3 (Stbl. No. 187), waarby o.m. bepaald werd dat in het G. B. van 4 Sept. 1865 No. 15 (Stbl. No. 91) de woorden „hoofdinspecteur" en „inspecteur" vervangen werden door „inspecteur" en adjunct-inspecteur" terwy'1 overigens voor het toezicht op de exploitatie en het dagelij ksch onderhoud der particuliere spoorwegen in dienst werden gesteld:

a. een inspecteur op een bezoldiging van ƒ 600 'smaands;

b. een adj. inspecteur op een bezoldiging van ƒ 450 's maands;

c. vyf opzieners elk op een bezoldiging van ƒ 750 'smaands;

aan den geheelen dienst werd in totaal een indemniteit voor schryf-en klerkenloonen toegekend van ƒ 140.— 'smaands.

Aan den inspecteur werd Semarang, aan den adj. inspecteur Batavia als standplaats aangewezen. Voor het toezicht op den aanleg werd geen speciale voorziening meer noodig geacht. u)

Bij de ordonnantie van 29 Oct. 1872 Stbl. No. 186 werden de ordonnantiën van 21 Nov. 1866 (Stbl. No. 132) en 28 Sept. 1869 (Stbl. No. 74) zoodanig gewijzigd dat een gelijksoortige titulatuursverandering plaats had. ,

Tengevolge van een en ander werd het „toezicht" veel kostbaarder, hetwelk de N. I. S. M. volgens de 2e alinea van art. 25 der Concessievoorwaarden 12) verplicht wa3 te betalen.

Terwy'1 de kosten deswege door de N. I. S. M. betaald van ƒ 245.60 in 1864, opgeloopen waren tot ƒ 4.452.445 in 1870, om daarna in 1872 te dalen tot ƒ 3.786.44B bleken deze over 1873 concessioneel niet minder te bedragen dan ƒ 12.750.— zijnde % %o van het aanlegkapitaal ad. ƒ 17.000.000. In werkelijkheid had het toezicht ƒ 13.929.33 gekost.

11) By St. 1873 No. 37 werd den inspecteur Batavia en den adjunct-inspecteur Semarang als standplaats aangewezen. Zy hadden respectievelijk het toezicht op de exploitatie en het dageljjksch onderhoud van den spoorweg Batavia—Buitenzorg en dien van Samarang—Willem I—Vorstenlanden.

In 1872 fungeerden als: Inspecteur der spoorwegdiensten de heer G. A. Hoogenstraaten (11 Dec. 1872) en als Adjunct-inspecteur de heer H. G. Levert (8 Jan. 1873); terwy'1 de volgende opzieners in dienst waren: H. J. van der Linden te Meester-Cornelis; F. van Eldik te Djokjakarta; J. de Graaf te Soerakarta; H. E. B. Willemsen te Semarang.

Pas in eind 1873 werd de heer A. F. J. Catoire vroeger werkzaam by de Commissie tot de Vervoermiddelen als opziener te Ambarawa geplaatst.

By Staatsblad 1877 No. 58 werd de formatie gewijzigd en bepaald op een inspecteur, een adj.-inspecteur, een opzichter le, een opzichter 2e en 2 opzichters 3e klasse.

12) Zie Indische Spoorwegpólitiek deel II Hoofdstuk IV § 8 bl. 298,

Sluiten