Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„spoorweg den Staat zoovele voordeelen bracht, dat deze de meerdere kos-

„ten voor een afzonderlijk toezicht noch geheel noch gedeeltelijk op de

„Maatschappij mocht verhalen.

„De voordeelen, die door den spoorweg gebracht waren, betroffen:

„le. mindere kosten aan onderhoud voor de wegen langs den spoorweg, „omdat zij minder bereden werden;

„2e. kosteloos vervoer van brieven en daardoor opheffing van enkele brieven- en paardenposterijen;

„3e. vermindering van dé vrachtprijzen voor het vervoer van Gouverne„mentsproducten en goederen;

„4e. verlaagd tarief voor het vervoer van militairen, gevangenen en militaire transporten;

„5e. goedkoop vervoer van bouwmaterialen ten behoeve van de haven„werken te Semarang;

„6e. meerdere ontwikkeling en welvaart, gebracht in de landen, die van „goede wegen en transportmiddelen warén verstoken. „Op grond van deze voordeelen achtte de Gouvernements-Commis-

„saris het gewenscht bn' de uitvoering der concessie niet te veel te letten

„op de handhaving der daarin voorkomende bepalingen, te meer omdat

„die concessie wemelde van gebreken.

„De Minister antwoordde, dat enkele uitdrukkingen in het schrijven

„van den Commissaris, nl:

„a. dat de Staat behalve het toezicht, dat de Maatschappij kwijten moest, „ook nog een ander toezicht hield, waarvan de kosten gemakshalve „ten laste van de Maatschappij werden gebracht, omdat de Staat de „kosten daarvan niet op zich wilde nemen; „o. dat de Staat van meening was, dat hij met het bedrag, dat niet noo„dig was voor het toezicht in het artikel uitdrukkelijk aangewezen, „ook nog de kosten zoude mogen bestrijden van een ander toezicht, „dat niet viel in de omschrijvingen van het artikel, „allen redelijken grond misten en dat verder ook geen reden bestond „om de Regeering vasthoudendheid aan gebrekkige bepalingen der concessie te verwijten, nadat gezegd was, dat een voorstel tot wijziging in „overweging zou worden genomen.

„Op dit gezegde was geen antwoord ontvangen, waarom de Minister „verzocht nogmaals dienaangaande met de Maatschappij in overleg te „treden. Alvorens echter eene dergelijke wijziging in behandeling te kun„nen nemen, zou de N. I. S. M. eerst het over 1873 verschuldigde bedrag „moeten hebben betaald.

„Naar aanleiding daarvan deelde de Gouvernements-Commissaris 16) „den 28en November 1874 mede, dat de N. I. S. M. besloten had het be„drag te storten, doch dat zij er nu ook wederkeerig op rekende, dat art.

15) De gepensioneerde luitenant-generaal J. van Swieten.

Sluiten