Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wegen op Java tot stand bh' het Koninklijk besluit van 4 Juli 1878 no. 11 (Staatsblad No. 234), en wel in dier voege dat daaraan ook het toezicht op de particuliere spoorwegen (en het doen van opnemingen voor de verbinding van Tjitjalengka met Tjilatjap en voor andere nieuwe lijnen) kon worden opgedragen.

De voorstellen van den hoofdingenieur Maarschalk tot regeling van de organisatie van het spoorwegbedrijf — waarbij o.a. de instelling van een afzonderlijk departement voor de spoorwegen, waaronder later ook de post- en telegrafie zou ressorteeren, werd bepleit — waren voor zoover betreft het toezicht op de particuliere spoorwegen niet bijzonder krachtig geargumenteerd 18) Tengevolge van den buitengewonen spoed, welke betracht moest worden, werd deze zaak noch door den Directeur der B. O. W. noch door den Raad van Indië, noch door den Gouverneur Generaal (zie diens brief aan den Minister van Koloniën, verhandeld bij Gouvernements besluit van 27 Maart 1878 No. 24 geheim) nader onder de oogen gezien. De heer Maarschalk ter bespreking van spoorwegaangelegenheden naar Holland opgeroepen, wist den Minister van Koloniën Mr. P. P. van Bosse van de wenschely'kheid te overtuigen om het toezicht op de particuliere lijnen aan den dienst der S.S. op te dragen, gelijk dit dan ook in het K. B. van 4 Juli 1878 No. 11 (Ind. Stbl. No. 234) tot uitdrukking kwam.

Zooals bekend is werd wegens de afwijzende adviezen van den Directeur der B. O. W., den Raad van Indië en den Gouverneur-Generaal van Lansberge niet overgegaan tot het creëeren van een afzonderlijk spoorwegdepartement.

In zijn rapport Lr. A 3 No. 32 van 28 Juni 1878 aan den Koning had de Minister van Koloniën Mr. P. P. van Bosse naar aanleiding van „het toezicht" geschreven:

„Derhalve is thans slechts te voorzien in de behoeften van de alge„meene dienst en van den aanleg der Staatsspoorwegen. Maar reeds da„dely'k kan ook gelet worden op de wenschelijkheid dat eene nieuwe regeling worde gemaakt omtrent het toezigt op de particuliere spoorwegen. „Thans is dit toezigt kostbaar en toch niet voldoende, omdat het wordt uitgeoefend door personen die de speciale kennis of de by' uitstek deskundi„ge leiding missen, welke by' dit dienstvak gevorderd wordt. Aan het personeel by' de dienst der Staatsspoorwegen opgedragen, kan dit toezigt op „de partikuliere spoorwegen zonder veel kosten goed worden uitgeoefend. „By de ontworpen formatie is er dus op gerekend, dat het personeel voor „de dienst der Staatsspoorwegen met het bedoelde toezigt belast kan

18) Deze voorstéllen werden den 23en Februari 1878 ingediend naar aanleiding van een vraag van den Algemeenen Secretaris van 15 Januari tv. Lett. G — zulks in opdracht van den Minister van Koloniën, die een regeling getroffen wenschte te zien ook voor het geval de 4 Overeenkomsten met de N. I. S. M. niet tot stand mochten komen (Zie Indische Spoorwegpólitiek deel IV Hoofdstuk I §§ 1 en 2).

Sluiten