Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„worden en aangezien de wenschelh'kheid, dat dit laatste geschiede, in da „considerans van het ontwerpbesluit is uitgesproken, zal de bekrachtiging „van dat ontwerp door Uwe Majesteit voor den Gouverneur Generaal eene „aanleiding kunnen zijn om eene nieuwe regeling betreffende het toezigt „op de partikuliere spoorwegen te maken".

Voor het personeel der exploitatie van den Staatsspoorweg Soerabaja

Pasoeroean—Malang, waarvan een gedeelte (Soerabaja—Pasoeroean)

werd geopend op 16 Mei 1878 en een ander gedeelte (Bangil—Sengon) op 1 November 1878, werd de formatie vastgesteld bij Staatsblad 1878 No. 97.

Aan het Hoofd van den geheelen dienst werd een hoofdambtenaar (de heer D. Maarschalk) geplaatst met den titel van Inspecteur-GeneraalChef van den dienst, wiens instructie werd opgenomen in Bijblad No. 3784 (G. B. van 13 Juni 1879 No. 6) waarvan art. 2 alinea 1 bepaalde: „Hij (d.i. de chef van den dienst der S.S.) is tevens belast met het „toezigt op de particuliere spoorwegen".

De overdracht van het „toezicht" op het personeel van den dienst der Staatsspoorwegen vond plaats bij ordonnantie van 6 Juli 1879 (St. No. 213) (zie bijlage XXVI), zoodat in verband met de regeling gemaakt bij besluit van dezelfde dagteekening (Ind. Stbl 214) 19) het toezicht op particuliere spoorwegen met stoom als beweegkracht en op de daarbij in gebruik zijnde stoomtoestellen en rollend materieel van af 19 Augustus 1879 onder de bevelen van den Chef van den dienst der Staatsspoorwegen werd uitgeoefend door daartoe door hem als inspecteur, adjunct-inspecteur en opzichters van spoorwegdiensten.en als inspecteur van het rollend materieel, aan te wijzen ambtenaren van zijnen dienst. Dienovereenkomstig werd bij het eerste der twee bovengenoemde staatsbladen o.a. het Algemeen Reglement voor de Spoorwegdiensten (Stbl. 1866 No. 132) en het

19) De geheime adviezen van den heer Maarschalk van 29 en 31 Maart 1879 Nos 1210 en Lett D werden in handen gesteld van den sedert tot Inspecteur der Spoorwegdiensten benoemden heer W. F. Vogelzang, die aan den tweeden brief, welke over de personen tot nu toe belast met het toezicht, handelde, aanstoot nam en een zeer scherpe Nota van 15 April 1879 No. 34 indiende Ontdaan van alle persoonlijke aanvallen op den heer Maarschalk kwam deze Nota hierop neer, dat ontraden werd om den dienst der S.S. te belasten met het toezicht op de particuliere spoorwegen, doch dat aanbevolen werd een dienst te creëeren, welke ook toezicht op de Staatsspoorwegen zou houden en ,wel op de wijze als in Nederland de „Raad van Toezicht" functioneerde (K. B. van 9 Juli 1876 Stbl. 159 en Beschikking van den Minister van Binnenlandsche Zaken van 26 Juli 1876 Lett SS II Afd.).

Hoewel de Raad van Indië (diens Advies van 25 Juni 1879 No, V) de bezwaren van den heer Vogelzang „wellicht niet ongegrond" vond, werd ingevolge den uitgedrukten wensch van het Opperbestuur accoord gegaan met de voorstellen van den heer Maarschalk. „

De heer Maarschalk had betoogd dat het bestaande toezicht onder afzonderlijk personeel te duur en door ondeskundigheid met spoorzaken te weinig effectief was.

Sluiten