Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Spoorwegpólitiek is aangegeven ging Minister van Goltstein lijnrecht tegen de toenmalige Indische adviezen in (depêche van 13 December 1880 Lett. A3 No. 31|2857). Voor wat het toezicht betrof schreef de opvolger van den heer Maarschalk (H. G. Derx) dd. 11 Februari 1881 No. 723 bij de aanbieding van een nieuw stel concessievoorwaarden voor de aanvrage-Dijkman aan de Indische Regeering: „Zoo is ook gevolgd het denkbeeld om het toe„zigt op die onderneming niet aan de ambtenaren van, het Regeringstoezigt "op de spoorwegdiensten maar aan het Hoofd van Gewestelijk Bestuur op „te dragen. Omtrent de goede werking van het toezigt, wanneer dat op „deze wyze zal worden uitgeoefend, kan ik moeyelyk oordeefen.

„Het zal aan de Ingenieurs van de Waterstaat en Burgerlijke Openbare Werken moeten worden opgedragen die het als bü-betrekking by bunne dienst zullen moeten waarnemen, terwijl voor dagelijksch toezigt, dat evenzeer noodig zal zyn, minstens één opzichter van de Waterstaat speciaal zal moeten worden aangewezen".

Hiertegen bestonden by den Directeur der B. O . W. ernstige bezwaren: „Er is" aldus de heer Kroesen in zyn brief van 21 Februari 1881 No. 1730|c „voor zooveel mij bekend tot dusverre nog geen enkele klagt .geuit tegen het toezigt door het personeel van de dienst der Staatsspoorwegen op Java op de door industriëlen op Java aangelegde spoorbanen Imet stoom als beweegkracht, en toch zyn de voor dezen tot dusverre gestelde voorwaarden veel minder mild en vrijgevig dan die met welke men, [,en m.i. te regt, vermeent nu en voortaan voor soortgelijke ondernemingen „te kunnen volstaan.

„Het is van algemeene bekendheid, dat het toezigt van het hoofd van „gewestelijk bestuur, bijgestaan door de ambtenaren van den Waterstaat , en 'sLands Burgerlijke Openbare Werken, zelfs te Batavia ten eenemale "onvoldoende is gebleken, om den daar bestaanden tramweg met paarden '„als beweegkracht naar behooren in het algemeen belang te doen gaan en 'ongerief voor een groot deel van het publiek te voorkomen of te beletten.

, Daaruit kan worden afgeleid hoe gebrekkig en weinig afdoende , zoodanig toezigt zal zijn in de binnenlanden in het algemeen, maar vooral op de onderneming welke het onderwerpelyk geldt, voor het traject "samarang—Djoewana, dus werkende in- en loopende door twee re'sidentiën en waarop dus van twee verschillende en vaak volstrekt niet , eenstemmig denkende en gezinde zijden toezigt zou uitgeoefend moeten , worden afgescheiden nog van de omstandigheid, dat alsdan het toezigt op de stoomtoestellen en het gebruik daarvan, ook, overeenkomstig het reglement in Staatsblad 1873, No. 218, zal moeten worden uitgeoefend -,',door de ambtenaren van het stoomwezen, zoodat vele autoriteiten be,[moeyenis zullen moeten krijgen met deze ondernemingen. .

Zal dit niet worden een rijke bron van moeyelijkheden en verwikkelingen? Is het niet beter zulks te verhoeden door het toezigt, vooral in een "geval als het onderhavige, waarbij twee residentiën betrokken zyn en

Sluiten