Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wat voor deze immer slechts bijbetrekkingen, waarvoor zij niet „zijn opgeleid en waarvan zij niet in de gelegenheid zijn geweest kennis „en ervaring op te doen, kunnen zijn en trots van alle bevelen zullen „blijven, is voor genen hoofdambt, waarvan zij speciale studie hebben ge„maakt en de kennis door dagelyksche ervaring hebben vermeerderd. „Bovendien zullen de laatsten steeds, de eersten zelden den noodigen tijd „kunnen vinden of worden gegund om het toezigt onverslapt en beta„melyk te kunnen uitoefenen.

„De gevolgen liggen voor de hand; ik behoef die niet te omschrijven.

„Naar mijne overtuiging zal evenwel aan alle denkbare gegronde „bezwaren, volkomen bevredigend voor alle betrokken partijen tegemoet „gekomen worden, door het toezigt, overeenkomstig de thans vigeerende „bepalingen, te laten bij de dienst der Staatsspoorwegen, dat is m.i. in „de eenige bevoegde deskundige en gewis de meest onpartijdige hand.

„De Minister van Koloniën vreest dat zulks zal leiden tot vermeer„dering van personeel bh' de dienst der Staatsspoorwegen, doch buiten „eenigen twijfel kan dat personeel daartoe vooreerst en zeker nog gedurende zeer langen tijd, jaren, voldoende worden geacht, terwijl, ik „mag het niet verzwijgen, overdragt van het toezigt op het personeel van „den Waterstaat en 'sLands Burgerlijke Openbare Werken, onvermijdelijk al dadelijk met vermeerdering van dit personeel, dus vermeerdering „van uitgaven voor den lande, gepaard zal moeten gaan".

De Raad van Indië merkte in zijn advies van 11 Maart 1881 No. XXV naar aanleiding hiervan op:

„Artikel 13. Zooals de bepalingen luiden, lijdt het, naar 'sRaads „inzien, geen twijfel, dat het toezigt op dezen stoomtramway tot de attributen behoort van het personeel der Staatsspoorwegen. Men zie artikel „2 No. 3, alinea 1, van Staatsblad 1879 No. 214, waarin van toezigt op „spoorwegen, met stoom als beweegkracht, in den ruimsten zin sprake is, „in tegenstelling van No. 4, dat over spoorwegen handelt, waarop het „vervoer geschiedt met paarden of andere trekdieren.

„Intusschen is ten aanzien van stoomtramways het in artikel 2, No. 3, „alinea 3 voorkomende voorschrift, dat het toezigt op de exploitatie enz.; „wordt uitgeoefend overeenkomstig het algemeen reglement voor de „spoorwegdiensten in Nederlandsch-Indië (Staatsblad 1866 No. 134) voor „opvolging niet vatbaar, en zal dus ten spoedigste de hand moeten worden geslagen aan het ontwerpen van een reglement van policie, gelijk „dé Minister het noemt, dat behalve de exploitatie van stoomtrams ook „hunnen aanleg zal dienen te beheerschen.

„Terwijl de inspecteur-generaal Derx zich nederlegt bh' de meening „des Minister dat het bewuste toezigt behoort te berusten by' de gewestelijke bestuurders, bijgestaan door de waterstaats-ingenieurs, waartoe

Sluiten