Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„casu quo eene wijziging van voormeld staatsblad vereischt wordt, — trekt „de Directeur der Burgerlijke Openbare Werken tegen dat denkbeeld te „velde met aanvoering van redenen, die de Raad niet beamen kan.

„Dat toezigt grijpt, naar 'sRaads inzien, al te zeer in de zorg voor „den grooten weg — waarmede de resident en de waterstaat belast zn'n „— dan dat opdragt van die twee innig verbonden zaken aan twee verschillende van elkander onafhankelijke autoriteiten, niet nadeelig zou „zyn, vooral daar het streven van den Chef der staatsspoorwegen op „Java steeds is zich zooveel mogelijk te redden zonder hulp of medewer„king van het gewestelijk bestuur.

„Ook weegt bh" den Raad, dat het kostbaar en omslagtig zou zyn „naar allerlei verspreide punten, waar een stoomtram is, nu en dan een „ambtenaar van de Staatsspoorwegen te zenden voor een toezigt, dat „toch nog te weinig aanhoudend zou zyn om goed genoemd te kunnen „worden.

„Waar het in moeyelyke technische kwestiën noodig wordt geacht, „kan de Chef der Staatsspoorwegen toch altijd door de Regering of den „Directeur der Burgerlijke Openbare Werken geraadpleegd worden.

„De Raad wenscht daarom aan den inspecteur-generaal voornoemd „opgedragen te zien, om een algemeen reglement te ontwerpen, als door („den Minister bedoeld, en een voorstel te doen tot wijziging van Staatsblad 1879 No. 214 in dien zin, dat de dienst der Staatsspoorwegen buiten „bemoejjenis. met de stoomtram-wegen en hunne exploitatie wordt gesteld.

„Ter tegemoetkoming aan eene opmerking van den inspecteur-generaal, ware aan artikel 13 toetevoegen: „„den ambtenaren met het toezigt „„belast, vrijen toegang te verleenen tot de by de onderneming behooren,,„de werken, gebouwen en materieel en de door hen gevraagde inlichtingen dadely'k te verstrekken"".

By G. B. van 18 Maart 1881 No. 5, waarbij sub 1 aan de heeren J. F. Dijkman, W. Walker en G. H. baron Clifford de vergunning voor den aanleg en de exploitatie van een tramlijn tusschen Semarang, Demak, Koedoes, Patti en Joana werd verleend, werd sub 2 aan den Directeur der B. O. W. opgedragen om een algemeen politiereglement op den aanleg en de exploitatie van stoomtrams te ontwerpen en een voorstel te doen tot wijziging van Staatsblad 1879 No. 213 (waarvan boven reeds sprake was). 28)

Aan den Minister werd zulks medegedeeld by Indischen brief van denzelfden datum No. 504|5; waarbij aan het slot werd aangeteekend, dat aan den Directeur der B. O. W. en niet aan den Inspecteur-Generaal bedoelde opdracht werd verleend, omdat het minder eigenaardig leek, de-

28) Zie Indische Spoorwegpólitiek deel I Hoofdstuk V § 1 en bylage XL aldaar.

Sluiten