Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zen laatste in de wijziging te betrekken, „op het oogenblik dat uitgemaakt „wordt dat zij niet tot zijne bemoeh'enis behoort". 29)

Aan de opdracht om de ontwerp-regelingen waarvan in het adres van den Raad van Indië sprake was, nogmaals te herzien voldeed de heer Derx bij schrijven van 29 October 1883 No. 4598, waaraan hn' een nota toevoegde behelzende de voornaamste afwijkingen.

In den ontwerp tekst van art. 28 A. R. I.; „Het algemeen toezigt „wordt naar de bijzondere voorschriften daaromtrent, uitgeoefend door „den daartoe door den Gouverneur-Generaal aan te wijzen hoofdambtenaar, bijgestaan door inspecteurs met de noodige ambtenaren voor de „uitoefening van het dageljjksch toezigt" wenschte de heer Derx gelezen te hebben na het woord „Hoofdambtenaar": „met den titel van „Inspecteur Generaal". Dit werd weer bestreden door den heer Kroesen die de toevoeging „gezocht" en „verwarrend" vond en die in overweging gaf om overal in de A. R. 's en in de Instructies te lezen: „Hoofdinspecteur" waar gesproken werd van „hoofdambtenaar of Inspecteur Generaal".

Voorts gaf de Directeur der B. O. W. te kennen, dat hij niet geheel kon instemmen met de denkbeelden van den heer Derx over toezicht, neergelegd in diens missive van 20 November 1882 No. 5359, doch dat hn" met de conclusie accoord ging dat „de tijd nog niet gekomen „was voor wijziging in de wijze van toezigt".

Na eenige opmerkingen van den Raad van Indië werd bn' besluit van 9 Dec. 1883 No. 1 het A. R. I. en het A. R. III bij Ordonnantie vastgesteld. Artikel 3 van het besluit bepaalde, dat de in art. 28 van het A. R. I. bedoelde door den Gouverneur-Generaal aan te wijzen hoofdambtenaar zou zijn de Inspecteur-Generaal, Chef van den Dienst der Staatsspoorwegen.

In den Indischen brief waarbij de Gouverneur-Generaal de heer F. 's Jacob den Koning in kennis stelde van de getroffen maatregelen merkte de Landvoogd het volgende op:

„Alleen zij hier, tot recht verstand van mijn besluit aangeteekend „dat mijne bedoeling is geweest, het toezigt op de spoorwegdiensten op „zijn tegenwoordigen voet te handhaven, doch de betrekkelijke bepalingen „der thans vastgestelde verordeningen, zoo in te kleeden dat, mocht te „eeniger tijd in de regeling van bedoeld toezigt verandering komen, eene „algemeene 'herziening dier verordeningen niet noodig wordt.

29) Het artikel 28 luidde:

Algemeen en dagelijkseh toezicht. Het algemeen toezicht wordt naar de bijzondere voorschriften daaromtrent te geven, uitgeoefend door eenen daartoe door den Gouverneur-Generaal aan te wijzen hoofdambtenaar met den titel van InspecteurGeneraal, bijgestaan door Inspecteurs met de noodige ambtenaren voor het dagelijkseh toezicht.

Sluiten