Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„ders opgelegd, voor de Staatsspoorwegen volstrekt niet kan ten gevolge „hebben, dat zij als bestuurder naar eigen inzicht die zaken regelen of „behandelen kunnen, doch dat zij daarbij rekening te houden hebben met „het verlangen van de Regeering als eigenaar of van hem, die door de „Regeering met het beheer van dit eigendom is belast.

„De Chef van den Dienst der Staatsspoorwegen zal dus dan, evenals „nu betrokken moeten worden in alle aangelegenheden, de belangen van „de spoorwegen, en de dienstuitoefening daarop, rakende.

„Die kwestie kan dus hier geen invloed uitoefenen en bij eene regeling van het algemeen beheer verder buiten sprake blijven".

Bij schrijven van 8 Oct. 1886 No. 101 geheim, gaf de Directeur der B. O. W. zyn toelichtingen en aanmerkingen. Van de hem geboden gelegenheid maakte de heer Janssen van Raay dadelijk gebruik om te. trachten een einde te maken aan het „buitengewoon ambtelijk standpunt" dat de S.S. ten opzichte van zijn Departement innam en welke hem verhinderde inzake te nemen in den inwendigen dienst der S.S.; de Directeur schroomde niet de bestaande regeling „niet in's lands belang en onnoodig „kostbaar" te achten. „Naar eerbiedige meening vordert 's Lands belang „gebiedend dat aan den tegenwoordigen toestand zoo spoedig mogelijk een „einde worde gemaakt en de Dienst der Staatsspoorwegen evenals overal „elders, en overeenkomstig de beginselen der N. I. staatsinstellingen onder „het beheer van den Departementschef gebracht worde, zoodat deze Uwe „Excellentie naar eisch en volledig kunne inlichten, waartoe hij zich „thans bh' de belangrijkste vraagstukken meestal niet in staat moet „verklaren".

Voorgesteld werd in de eerste plaats onder opheffing van de afzonderlijke afdeeling „Stoomwezen" bij het Departement een afdeeling voor „Spoor- en Tramwegen en het Stoomwezen" in te stellen. De samensmelting met de afdeeling „Stoomwezen" met die der „Spoorwegen" kon toch zonder bezwaar geschieden. Het voordeel zou bovendien verkregen worden, dat van de arbeidskrachten der ingenieurs van het stoomwezen beter partij getrokken werd en dat men later voor de vervulling der hoogere technische betrekkingen meer keus zou hebben. De bedoeling was om bij de nieuw te organiseeren afdeeling alle aangelegenheden van de Staats- en particuliere spoorwegen en van het Stoomwezen te doen behandelen met uitzondering van de comptabiliteitsaangelegenheden der S.S. welke reeds bij de afdeelingen comptabiliteit en ordonnanceering van het Departement der B. O. W. behandeling vonden.

In de 2e plaats werd in overweging gegeven den aanleg van lijnen onder een voor iedere lijn aan te stellen hoofdingenieur te stellen, die zijne voorstellen aan den Directeur had in te dienen en wiens bevoegdheden by eene instructie geregeld zouden moeten worden.

Ten derde zouden de 3 exploitatiechefs (Oosterhjnen; Preangerlijn met Batavia—Tandjong Priok; Djokjokarta—Tjilatjap) niet in naam

Sluiten