Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar inderdaad bestuurders hunner lijnen worden; hunne voorstellen, verslagen en verantwoordingen zouden zij ook bij den Directeur hebben in te leveren.

In de 4e plaats werd aangeteekend, dat aan den Hoofdingenieur-Chef van de afdeeling, die dus niet als de Inspecteur-Generaal bestuurder zou zijn, het algemeen toezicht over de spoorwegen zou kunnen worden opgedragen onder de bevelen van den Directeur.

Aangezien de Regeering met de hoofdzaken van het betoog van den heer Janssen van Raay kon instemmen, werd dezen opgedragen zich naar Buitenzorg te begeven om bij den heer Derx inlichtingen in te winnen en gegevens te verzamelen, welke noodig geacht werden om voorstellen te kunnen doen „voor de regeling van het toezicht op de particuliere spoor„wegen".

Den 12en Februari 1887 diende de Directeur der B. O. W. bij brief 12|D geheim, na besprekingen met den heer Derx, die „zich weinig ingenomen" betoonde met de wijziging zijner ambtelijke positie, nadere voorstellen in.

Deze liepen niet veel uiteen met de boven reeds geschetste denkbeelden; in overweging werd gegeven om den Chef van de afdeeling Spooren Tramwegen den titel van „Hoofdinspecteur der Spoorwegdiensten" te geven. Alvorens hierop te beschikken werd het oordeel van den Inspecteur-Generaal door tusschenkomst van den Directeur der B. O. W. ingewonnen (M. G. S. 16—2—87 No. 19|c geheim).

Bij missive van 19 Maart 1887 La L gaf de heer Derx zijne bezwaren tegen de voorstellen van den Directeur der B. O. W. te kennen, de daarbij behoorende Nota is als bijlage XXX opgenomen, •») Na een opsomming gegeven te hebben van de redenen, welke tot de organisatie van 1878 geleid hadden, schreef de Inspecteur-Generaal:

„Sedert is onder werking van die organisatie onafgebroken met den „aanleg van Staatspoorwegen voortgegaan, terwijl de exploitatie en het /.toezicht op de spoorwegdiensten aanhoudend werden uitgebreid en het ",zal niet ontkend worden, dat de goede gang van zaken bij dien steeds "uitgebreideren dienst voor het grootste gedeelte is toe te schrijven aan ,[de werking dier organisatie en aan het bijzondere standpunt dat daarbij „aan den Chef van den dienst is toegekend.

„Het is mij niet gebleken, dat er overwegende redenen van staatsbelang bestaan, die thans aanleiding geven om eene verandering hierin „te wenschen.

„De aanleg der spoorwegen geschiedt snel en niet kostbaar, de exploitatiedienst werkt geheel ten genoege van het reizend en vervoerend „publiek, terwijl de inkomsten — de tijdsomstandigheden in aanmerlrinfe "nemende — zeer bevredigend znn en wat het toezicht betreft kan worden

33) Op de linkerhelft der bladzijden zijn de in het oorspronkelijke stuk met rooden inkt gestelde kantteekeningen van den heer Janssen van Raaij aangegeven.

Sluiten