Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„„Wezen " bestaande uit één hoofdinspecteur der Spoorwegdiensten en „van het Stoomwezen, Chef der afdeeling, en verder uit twee spoorwegingenieurs (waarvan één met rang van Hoofdingenieur), benevens uit „een teekenaar-lithograaf, terwijl de formatie van het met het toezicht „op de Spoorwegdiensten en het Stoomwezen belaste personeel werd bepaald of 4 Inspecteurs voor het algemeen- en 5 Spoorwegopzieners voor „het dagelijksch toezicht. Voor de Staatsspoorwegen — op welker exploi„tatie tot dusver het hierbedoelde, door art. 25 van het algemeen reglement „voor de Spoorwegdiensten gevorderd, toezicht niet werd uitgeoefend — „kan met het algemeen toezicht der Inspecteurs worden volstaan, zoodat „de 5 opzieners (2 meer dan tot dusver in dienst waren) alleen het dagelijksch toezicht uitoefenen over de particuliere spoorwegen, en wel twee „over den Spoorweg Samarang—Vorstenlanden, één over de lijnen Batavia—Buitenzorg en Batavia—Bekassi, één over den spoorweg Tagal— „Balapoelang en één over den Delispoorweg.

„Onder de bevelen van den Directeur der Burgerlijke Openbare Wer„ken worden nu zelfstandig beheerd de in exploitatie zijnde staatslijnen „door de Chefs der exploitatie (die te beschouwen zijn als bestuurders „van de Staatsspoorwegen in den zin van het algemeen reglement voor „de Spoorwegdiensten) en de in aanleg zn'nde staatslijnen door de Hoofdingenieurs van den aanleg. Daar het in de bedoeling ligt de samenstelling „van het met den bouw van Staatsspoorwegen belaste personeel voortaan „voor eiken aanleg in het bijzonder te regelen, is bij Koninklijk besluit „dd. 7de December 1887 No. 18 (Indisch Staatsblad 1888 No. 30) de bestaande organieke formatie van het personeel voor aanleg ingetrokken".

De artikelen 25 en 28 van het A.R. I en A.R. II werden volgens ordonnantie van 26e Februari 1888 (Stbl. No. 43) gelezen als volgt:

Art. 25. „Algemeen en dagelijksch toezicht. Het algemeen toezicht „op de spoorwegdiensten wordt, onder de bevelen van den Directeur der „Burgerlijke Openbare werken, bijgestaan door den Hoofdinspecteur der „Spoorwegdiensten en van het Stoomwezen, naar de bijzondere voorschriften daaromtrent te geven, uitoefend door Inspecteurs der Spoorwegdiensten en van het Stoomwezen, met de noodige ambtenaren voor „het dagelijksch toezicht.

„Ook aan den Hoofd-Inspecteur kunnen door den Directeur inspectiën over de spoorwegdiensten worden opgedragen. 86).

Art. 28. „Bevelen en lastgevingen der ambtenaren van het toezicht. „De ambtenaren, met het toezicht belast, kunnen den bestuurders van „den spoorwegdienst, wanneer deze de verplichtingen, hun bij dit reglement of bij de voorwaarden van vergunning opgelegd, niet behoorlijk

36) Bij ordonnantie van 23 Febr. 1891 Stbl. No. 64 werd de laatste alinea als volgt gewijzigd:

„Ook aan het personeel van de afdeeling spoor- en tramwegen en stoomwezen „van het departement der burgerlijke openbare werken kunnen enz.".

Sluiten