Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„te houden. ') Dat ook de Hoofdinspecteur daartoe niet het geschikts „orgaan was, meen ik niet beter te kunnen toelichten dan door aan te „halen de zoo pakkende woorden waarin de toenmalige titularis Th. A. M. „Ruys in zijne nota van 14 November 1898 zü'n oordeel kenbaar maakte: „„Concludeerende"", zegt de Heer Ruys, „„is het dus mijne meening, „„dat door den Hoofdinspecteur der spoorwegdiensten te maken tot een „„niet inspecteerend, met niemand correspondeerend, nimmer decideerend „„en een uitsluitend den Directeur der Burgerlijke Openbare Werken „„adviseerend ambtenaar de tegenwoordige organisatie gemakkelijk aan„„leiding kan geven tot een slapper centraal beheer van den dienst der „„Staatsspoorwegen, dan met het oog op de hoogstnoodzakelijke eenheid, „„die tusschen de verschillende onderdeelen van dien dienst dient gehand„„haafd te blijven, wenscheln'k is te achten en zulks is dan ook m.i. de „„oorzaak geweest van de minder goede berichten, welke den Landvoogd, „„omtrent dat beheer zn'n ter oore gekomen"".

Het ligt niet in de bedoeling hierbij dieper in te gaan op de eigenlijke organisatie der S.S. Deze is zeer uitvoerig hoewel, jammer genoeg, niet volledig weergegeven in de Algemeene Mededeelingen van den Dienst der Staatsspoorwegen op Java No. 6. Geheel kan zy echter niet gescheiden worden van de regeling van het „toezicht", weshalve hier zij vermeld, dat bij missive van den len Gouvernements Secretaris van 15 September 1898 No. 2128 de toenmalige Gouverneur-Generaal Jhr. C. H. A. van der Wyck aan den Directeur der B. O. W. deed mededeelen, dat hem tér oore was gekomen dat sedert de reorganisatie van den Dienst der S.S. het beheer van dien diensttak zou hebben te wenschen overgelaten.

Reeds den 14en November 1898 gaf de Hoofdinspecteur der Spoorwegdiensten en van het Stoomwezen de heer Th. A. M. Ruys een advies, waaruit boven reeds een zinsnede gelicht werd.

Den Hen Januari 1901 volgde een nader advies, waarbij ook de regeling van het „toezicht" onder de oogen gezien werd.

Uit de ontwerp-instructie voor den Hoofdinspecteur der Spoorwegdiensten en het Stoomwezen welke bij den brief gevoegd was, zn' hier vermeld dat art. I als volgt luidde:

„De Hoofdinspecteur voornoemd is onder de onmiddellijke bevelen „van den Directeur der B. O. W. belast met

„le. het algemeene beheer van den dienst der Staatsspoorwegen „met uitzondering van dien ter Sumatra's Westkust, zoowel wat

1) Hoe weinig de Directeur der B. O. W. inzicht had in een bedrijf als de S.S. en de eischen, die dit aan den adviseur van den ondeskundigen leider stelde, moge blijken uit het artikel van den heer de Meijier in de December-aflevering van de(n) Indische (n) Gids 1902, waar de kasseninspectie der exploitatie- en aanlegchefs tot de werkzaamheden van den Hoofdinspecteur gerekend wordt.

Sluiten