Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B. o. Wj Het beheer over dien dienst zou onder de bevelen van den Directeur der B. o. W. bij den Hoofdinspecteur der Spoorwegdiensten en' van het Stoomwezen berusten. De instructie van voornoemden Hoofdinspecteur vastgesteld sub II van hetzelfde besluit (bijblad No. 6689) verleende dezen hoofdambtenaar zeer ruime bevoegdheden. B)

In verband met deze reorganisatie onderging het „toezicht" nog altijd geen wijzigingen. De Algemeene Reglementen (AR I Stbl. 1895 No. 300, AR^ II Stbl. 1902 No. 218 en het AR III Stbl. 1905 No. 516) waarvan' de firtikelen betrekking hebbende op het „toezicht" ongewijzigd of althans Nagenoeg ongewijzigd van de in 1888 vigeerende Algemeene Reglementen waren overgenomen, bleven gelijk, evenals de „Bijzondere Voorschriften voor de ambtenaren belast met het toezicht op de spoorwegdiensten in N. I. (zie Stbl. 1888 No. 44 en bijl. XXXI). Pas bij G. B. van 10 Maart 1909 No. 7 zouden daarin ingrijpende wijzigingen komen toen n.1. het „Stoomwezen" van de afdeeling „Spoor- en tramwegen en stoomwezen" weggenomen werd en daarvan een zelfstandige dienst gevormd werd onder een hoofdingenieur voor wien een instructie samengesteld werd.

Het Koloniaal Verslag over 1909 zegt van de reorganisatie op het toezicht en den overgang van de Staatsspoorwegen naar het Departement van Gouvernementsbedrijven — welke spoedig daarop plaats vond — op bl. 289 het volgende:

„Zooals reeds is medegedeeld in hoofdstuk L. afd. II, is bh' Gouv. „Bt. 10 Maart 1909 (Indisch St. No. 191) de leiding van den dienst van "het Stoomwezen van den hoofdinspecteur der spoorwegdiensten en van "het Stoomwezen — die voortaan den titel voert van hoofdinspecteur ",der spoor- en tramwegdiensten — overgegaan op een onder de directe bedelen van den directeur der burgerlijke openbare werken staanden hoofd'dmbtenaar, met den titeL van hoofdingenieur van het stoomwezen. In '„verband daarmede is het algemeen toezicht op de particuliere spoor- en M^IrTden brief van Minister Mr. D. Fock van 29 Januari 1906 Lett. T.B. No 281291, welke leiden zou tot de instelling van het Departement van G.B^ lezen we'om: „Dat de leiding der S.S. sinds jaren veel te wenschen overlaat is bekend „en zonder dat ware het reeds sedert geruimen tijd gepleegd overleg omtrent reorüganisatie van dien diensttak ook geheel overbodig geweest. *

Ik wil thans niet verder over de aan die organisatie klevende gebreken uitweiden, genoeg is het te constateeren, dat het bestaan van eene gebrekkige orga'nisatie algemeen erkend wordt, en dat terwijl gezegd kan worden, dat aan de leiding ',der Staatsspoor- en tramwegen veel ontbreekt, van het toezicht op de particuliere „spoor- en tramwegen moet worden getuigd, dat het nog meer te wenschen overlaat .

Na met een voorbeeld - aanleg ljjn Madioen-Ponorogo - betoogd te hebben dat de zg. band tusschen spoorwegen en andere openbare werken, luet bestond besloot de heer Fock deze beschouwing met de opmerking: „Hoe kan men van een departe, mentschef wiens hoofd, behalve van de dagelijksche zaken, vervuld is met belangrijke .irrigatie-, haven- en andere waterstaatswerken, verwachten dat van hemde drijvende kracht zal uitgaan voor eene meer intensieve spoorwegexploitatie.

Sluiten