Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het A. R. II van 1902 Stbl. No. 218 werden de analoge artikels 23, 25 en 26 soortgelijk gewijzigd.

Het 2de Hoofdstuk van het A.R. III (Ordonnantie 17 October 1905 Stbl. 516) handelende over het-„toezicht" onderging ingrijpende wijzigingen. De tekst der artt. 16, 17 en 18 volgt hieronder:

„Art. 16. Regeeringafroezicht.

„Van Regeeringswege wordt toezicht gehouden op de naleving van d j „bepalingen van dit reglement en van de voorwaarden, waarop de verdunning tot aanleg en exploitatie van den tramweg is verleend.

„Art. 17. Algemeen toezicht.

„1) Het algemeen toezicht op den aanleg en de exploitatie wordt „naar de aanwijzingen van den Directeur van Gouvernementsbedrijven, ^uitgeoefend door den Hoofdinspecteur der spoor- en tramwegdiensten, „de Hoofden van gewestelijk bestuur en, voor zoover het toezicht op de „naleving der bepalingen betreffende de stoomketels van locomotieven en „motorwagens aangaat, den Hoofdingenieur van het stoomwezen.

„2) Oook aan het personeel van de afdeeling spoor- en tramwegen „van het Departement van Gouvernementsbedrijven kunnen door den „Directeur inspectiën over de tramwegen worden opgedragen.

„Art. 18. Dagelijksch toezicht.

„1) Het dagelijksch toezicht op den aanleg en de exploitatie wordt „met inachtneming der te dien aanzien door den Gouverneur-Generaal „vast te stellen bepalingen uitgeoefend:

„a. voor zoover betreft den dienst van weg en werken (de signaalinrichtingen en de telegraaf daaronder begrepen) door spoorweg„opzieners van weg en werken; „b. voor zoover betreft den dienst van tractie en rollend materieel uitgezonderd de stoomketels van locomotieven en motorwagens, door Spoorwegopzieners van het rollend materieel, „c. voor zoover de stoomketels der locomotieven en motorwagens betreft, „door ambtenaren van den dienst van het stoomwezen. „2) Bovendien wordt c.q. door ambtenaren van den burgerlijken „geneeskundigen dienst, door den Gouverneur-Generaal aan te wijzen, „toezicht uitgeoefend op de middelen tot het verleenen van hulp aan en „het vervoer van gekwetsten".

Art. 19 in het A.R. III handelende over het toezicht op de locomotieven, de motorwagens en het rollend materieel werd ingetrokken. 6)

6) Het art. 19, dat nagenoeg gelijkluidend van het A.R. III van 1893 (Stb. 190) was overgenomen luidde:

„Art. 19. Toezicht op de locomotieven, de motorwagens en het rollend materieel.

„De Directeur der burgerlijke openbare werken wijst mede deskundige ambtenaren aan voor het onderzoek en de beproeving van en het toezicht op de ketels, „de locomotieven, de motorwagens en het overige rollend materieel. Bestuurders van ,,tramwegdiensten voldoen aan de aanwijzingen, hun door die ambtenaren gegeven, rtdie mede bevoegd zijn voor het hun opgedragen onderzoek en toezicht proefritten „te doen".

Sluiten