Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Behalve een wijziging van art. 22 sub (5), welke echter voor het hier behandelde onderwerp minder van belang is, werden nog hier en daar in de artikelen onbeduidende redactiewijzigingen aangebracht.

Tevens werd onder gelijktijdige intrekking van de bij besluit van 26 Febr. 1888 No. 4 (Stbl. 44) vastgestelde „Bijzondere Voorschriften „voor de ambtenaren belast met het toezicht op den spoorwegdiensten in „N. I." alsmede van het bij art. 3 van genoemd besluit bepaalde, dat het toezicht op den aanleg onder de bevelen van den Directeur der B. O. W. bij den Hoofdinspecteur der S.S. enz. zou berusten, een instructie opgesteld voor de met het dagelijksch toezicht belaste personen. (Stbl. 1909 No. 191), welke als bijlage XXXII opgenomen is.

Alvorens de redenen na te gaan, welke tot deze reorganisatie van den dienst van de afdeeling spoor- en tramwegen aanleiding had gegeven, zjj hier vermeld, dat zoowel de 4 zustermaatschappij als de N. I. S. M. terzake een rekest tot den Minister van Koloniën hadden gericht.

Het rekest van den heer J. Th. Gerlings namens de 4 zustermaatschappijen was gedateeerd 21 November 1908 No. 7351 en is als bijlage XXXIII opgenomen.

Zooals uit de vergelijking van den inhoud van het rekest met de vigeerende bepalingen van het A.R. III van 1905 (Stbl. No. 516) blijkt, was de door den heer Gerlings geschetste toestand niet in overeenstemming met de werkelijkheid. Echter werd in Indië „de bedoeling voor de daad" genomen en de door den heer Gerlings gedachte regeling getoetst aan de ontworpene. De heer van Stipriaan Luiscius schreef nog — 30 December 1908 No. 6146|H — na verwezen te hebben naar de toelichting op de aanhangige voorstellen:

„Waar bh" de ontworpen regeling slechts tusschenpersonen worden „verwijderd, die geen werkelijk aandeel nemen in het toezicht kan slechts „vlottere behandeling van zaken worden verwacht en behoeft niet de „minste vrees te bestaan, dat gelijk de heer Gerlings onderstelt, het toedicht aan ondergeschikte ambtenaren der S.S. en wel nu eens aan dezen, „dan aan genen zal worden overgelaten. Daarvoor bestaat niet alleen geen „enkele aanleiding maar de ontworpen bepalingen openen ook de mogelijkheid daartoe niet, terwijl de gedachtengang, waaruit zn' ontstaan zijn, „gelijk uit het vorenstaande genoegzaam kan blijken, evenmin daartoe „voert.

„Ik viel mh' dan ook, dat de Directie der vier doleerende tramwegmaatschappijen, indien zij van de gedetailleerde ontwerpen zal hebben „kennis genomen en ten aanzien der daartoe geleid hebbende overwe„gingen nader zal zn'n voorgelicht, tegen de voorgenomen regeling geen „bezwaren meer zal hebben".

Den 26sten Nov. 1908 teekende de Raad van Beheer (No. 2991|D.N. 353) protest aan hoofdzakelijk tegen eene regeling van het algemeen

Sluiten