Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toezicht, waarbh" dat toezicht zou worden opgedragen aan ambtenaren van de S.S. en beval dit college aan om den bestaanden toestand te handhaven, met overgang van het toezicht van het Departement der B. O. W. naar dat van G. B. en met uitschakeling van den ..Inspecteur der Spoorwegdiensten" (A. R. I. en II) en van den „Ingenieur" (A.R III). In zijn toelichting van 7 Januari 1909 No. 126 H verwees de heer van Stipriaan Luiscius naar zijn brief van 30 Dec. a.p. Den Hoofdinspecteur der S.S. een staf van hoogere ambtenaren tot uitoefening van het algemeen toezicht toe te voegen, werd niet wenschelh'k geoordeeld: „Zoolang echter hier „te Lande de behoefte aan een scherper toezicht dan het tot dusver uitgeoefende zich niet doet gevoelen, acht ik geen termen aanwezig om tot „een zoo kostbaren maatregel over te gaan".

De Gouverneur-Generaal bracht deze beschouwingen en de adviezen van den Directeur der B. O. W. ter kennis van den Minister (Indischen brief van 25 Februari 1909 No. 243|27).

Boven werd reeds de toelichting op de wijzigingen in de organisatie van het „toezicht" vermeld, zooals deze in het Koloniaal Verslag 1909 tot uitdrukking kwamen; hieronder volgen eenige nadere opmerkingen dienaangaande.

Bn' depêche van 31 December 1907 Afd. A3 (2e Bureau) No. 15|2671 had de Minister van Koloniën Mr. D. Fock de bezwaren van de „Commissie tot herziening van de handleiding voor het toezicht op het Stoomwezen in N. I." (de heeren W. A. H. Piepers, J. C. Dyxhoorn en A. F. G. Mallinckrodt), gedateerd 7 Nov. 1907 tegen de voorstellen van den heer H. F. van Stipriaan Luiscius (van 10 Juni 1906) ter kennis van de Indische Regeering gebracht; de bezwaren betroffen in hoofdzaak de vereeniging van de afdeeling spoorwegen en stoomwezen, welke laatste afdeeling naar het oordeel der Commissie onder een afzonderlijk hoofd moest komen.

In zijn „nota en voorstellen betreffende de reorganisatievoorstellen van het stoomwezen" betoogde daarop de heer van Stipriaan Luiscius, dat hn" reeds dadelijk in zijn eerste reorganisatievoorstel in zake de S.S. van 5 Augustus 1906 geduid had op een splitsing van de diensten der spoorwegen en van het stoomwezen, zoodat aan een misverstand moest gedacht worden; zijne ideeën dienaangaande liepen vrijwel parallel aan die van de Commissie.

Bn' Indischen brief van 9 April 1908 No. 41118 werd de Minister van Koloniën van een en ander op de hoogte gebracht.

Toen daarop den 20 Juli 1908 bh' No. 10680] S.S. de Directeur der B. O. W., de heer Melchior, vervolg-voorstellen indiende, werd aan den Minister van Koloniën bh' brief van 9 Sept. d.a.v. No. 112916 het noodige verzocht. Naar aanleiding van het advies van den Raad van Indië van 28 Aug. 1908 No. XVI, werd aan den Directeur der B. O. W indiening van

Sluiten