Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„schhnt en terugkeer tot het door den toenmaligen Directeur van Burgerlijke Openbare Werken verdedigde stelsel aangewezen is.

„Destijds had men op het oog langs den publieken weg gelegde tramwegen waarop met hoogstens 15 K.M. snelheid per uur mocht worden „gereden (art. 33 van Staatsblad 1883 No. 278) met treinen, die, met inbegrip van de locomotief, geen grootere lengte mochten hebben dan 30 „M. (art. 35 i. b. )Dat waren derhalve Innen van zuiver locaal belang, en „van zeer eenvoudigen bouw waarvoor een toezicht, uitsluitend in handen „van plaatselijke autoriteiten, te rechtvaardigen was. Thans heeft men „te maken met tramwegen, die voor een zeer aanzienlijk deel op eigen „baan zijn aangelegd, waarop treinen van 120 M. lengte met eene snelheid „van 25 KM. per uur, desverlangd, met vergunning van den Directeur „der Burgerlijke Openbare Werken, met eene snelheid van 40 KM. per „uur mogen rijden. Van locale, onsamenhangende, vanuit centrale punten moeilijk te bereiken lijntjes is geen sprake meer; een samenhangend „net van spoor- en tramwegen, met een levendig en belangrijk rechts„treeksch en doorgaand verkeer is verkregen.

„Met die gewijzigde omstandigheden dient bij de regeling van het „toezicht rekening te wórden gehouden. Wel is het verband tusschen den „publieken weg en den tramweg voor een deel der bestaande Innen nog „aanwezig maar daarnevens treden andere belangen op van bijna gelijken „aard als zich bij de spoorwegen voordoen, die deskundig toezicht noodzakelijk maken.

„Terwijl dus de bemoeiingen der Hoofden van gewestelijk en plaat„selijk bestuur met aanleg en onderhoud der langs den weg gelegen tramlijnen, als omschreven in Hoofdstuk III van het bestaande reglement „ongewijzigd behouden blijven, en in aansluiting daaraan aan de Hoofden van gewestelijk bestuur algemeen toezicht gelaten behoort te worden, dient daarnevens een georganiseerd toezicht analoog aan dat op de „spoorwegen te worden in leven geroepen.

„In artikel 17 is daarom het algemeen toezicht, onder leiding van „den Directeur der Burgerlijke Openbare Werken, opgedragen aan den „Hoofdinspecteur der spoor- en tramwegdiensten, de Hoofden van gewestelijk bestuur en, wat de ketels betreft, den Hoofdingenieur van het „stoomwezen.

„De ambtenaren, die, ingevolge het bestaande artikel 17 nevens de „residenten met het algemeen toezicht zijn belast, zn'n te Batavia de „Eerstaanwezend-Ingenieur van den Waterstaat en elders op Java de „chefs der waterstaatsafdeelingen. Afgescheiden van de toekenning van „algemeen toezicht aan den hoof dingenieur van het stoomwezen, wat de ke„tels betreft, komt dus de voorgestelde wijziging in het algemeen toezicht „hierop neer, dat in de plaats van een aantal ambtenaren en hoof dambte„naren van den Waterstaat treedt de Hoofdinspecteur der spoor- en „tramwegdiensten. Ongetwijfeld is zoodanige verandering waarbij het

Sluiten