Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de Memorie van Toelichting behoorende bh" de Indische Begrooting voor 1917 (Bijl. B. Gedr. Stuk 1916—'17 4 No. 5) lezen we oP bl. 124.

„Dienst van het toezicht op de Spoor- en Tramwegen.

„Reeds meermalen is van verschillende zijden, ook in de Staten-Ge„neraal, uiting gegeven aan de bezwaren, die worden geacht verbonden „te zyn aan de vereeniging der betrekkingen van Hoofdinspecteur dei „spoor- en tramwegdiensten, hoofd der afdeeling Spoor- en tramwegen „van het Departement van Gouvernementsbedrijven, en hoofd van den „dienst der Staatsspoorwegen.

„Hoewel die vereeniging, vooral in vroeger jaren, ook hare voordeelen had, is men thans algemeen tot de overtuiging gekomen, dat de uitbreiding van particulier en Landsbedrijf, beide, de bezwaren, welke aan „de bestaande regeling verbonden zijn dermate heeft doen toenemen, dat „splitsing noodzakelijk is.

„Op grond hiervan is by deze begrooting gerekend op de instelling „van een afzonderlijken ^„dienst van het toezicht op de spoor en tramwegen in Nederlandsch-Indië"" welks hoofd zijn ambt onder de algemee„ne leiding van den departementschef zelfstandig zal uitoefenen. Hem zal „niet alleen zyn opgedragen de onmiddellijke leiding van het toezicht als „zoodanig, doch tevens zal hy een belangrijk aandeel nemen in de werkzaamheden op het gebied van spoorwegwetgeving en concessie-verlee„nuig, welke tot de taak van den Directeur van Gouvernementsbedrijven „behooren. Aan een Nederlandschen hoofdambtenaar met groote ervaring „op het gebied van toezicht op spoor- en tramwegdiensten en alles wat „daarmede samenhangt, die in 1915 ten behoeve van den Indischen dienst „is uitgezonden, zal de belangrijke taak van hoofd van den nieuwen dienat „worden opgedragen.

„Door aan dien dienst toe te voegen een voldoend aantal onderaf„deelmgshoofden voor het toezicht op de wijze waarop aan de van overheidswege aan bepaalde onderdeelen gestelde eischen wordt voldaan en „daarboven enkele hoofdingenieurs (afdeelingshoofden) te stellen die „steunende op een rijpe bedrijfservaring op spoorweggebied, daadwerkelijk toezicht houden op de wijze van uitoefening van den dienst op de „particuliere lijnen in zyn vollen omvang, zullen de noodige waarborgen „worden verkregen, dat by de uitoefening van het toezicht zoowel oP „eene doeltreffende behartiging van het algemeen belang als op gepaste „waardeering van de belangen der betrokken maatschappijen gerekend „zal mogen worden.

„De bezoldigingen van de ambtenaren by den nieuwen dienst zijn ontworpen in aansluiting op de regelingen, welke te dien aanzien by andere „takken van dienst gelden. Ondervolgend staatje geeft van de gedachte „regeling een overzicht.

Sluiten