Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waard en ter beschikking gesteld; van de andere bibliotheken zal het noodig zijn aan te wijzen wat niet, wat wel uitgeknipt moet worden. Inmiddels ben ik reeds begonnen van in boekvorm gedrukte catalogi van elk 2 exemplaren te vragen, indien zich de gelegenheid voordeed: het Gemeente-archief te 's-Gravenhage, de Thysiana te Leiden, de Utrechtsche U.-B. voor de oudere catalogi, de Kon. Akademie stonden bereidwillig het gevraagde af. Ik wil mijn erkentelijkheid daarvoor hier gaarne uitspreken. Binnenkort hoop ik ook aan andere bibliotheken het verzoek te richten voor den Centralen Catalogus 2 exemplaren hunner in boekvorm gedrukte catalogi aan de Koninklijke Bibliotheek te zenden. Misschien draagt deze mededeeling er toe bij, dat zij ook ongevraagd het gewenschte sturen.

Hoe ik den Centralen Catalogus denk iri te richten, gaf ik in bovengenoemd artikel van Bibliotheekleven aan. Alleen zal ik in plaats van de fiches met hokjes, waarin het nummer der bibliotheken genoteerd zou worden, blanco fiches nemen, waarop naast den titel de naam der bibliotheek, waar het boek zich bevindt, gestempeld wordt; nu wij met een collectie van duizenden fiches beginnen, is het beter het bestaande model te volgen.

Hoe ik mij voorstel dat de Centrale Catalogus zal kunnen functionneeren, gaf ik daar eveneens aan. Een regeling zal echter het resultaat moeten zijn van gemeenschappelijk overleg der bibliothecarissen en ik hoop daartoe de stappen te doen, wanneer het oogenblik gekomen is om den Centralen Catalogus voor het algemeen gebruik beschikbaar te stellen. Ik geloof, dat daarop niet heel lang gewacht behoeft te worden, ook al zal de Centrale Catalogus voor niet-Nederlandsche literatuur voorloopig zeer onvolledig zijn.

Maar geleidelijk zal hij vollediger worden en ik ben overtuigd dat hij goede diensten kan bewijzen en andere bibliotheken heel wat last en tijdverlies besparen. Ik beschik niet over cijfers, om dat aan te toonen, doch ik zal een volgend maal een tabelletje trachten te geven, om te toonen hoeveel vergeefsch zoeken bespaard kan worden.

Maar ook het publiek zal sneller geholpen kunnen worden.

P. C. MOLHUYSEN.

Sluiten