Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat hij ook van andere zijde genoot, al weten wij niet juist, hoe het in zijn handen is gekomen. Hij huwde achtereenvolgens de aanzienlijke Fransche edelvrouwen Francoise de Savoye en Claude de Chalon en de Spaansche Mencia de Mendoca. Het tweede huwelijk bracht het prinsdom Oranje, waarvan Claude de erfgenaam was, aan zijn huis. Hij stierf te Breda, zijn gewone residentie, in 1538.

Zijn eenige wettige zoon, graaf René, uit dit tweede huwelijk gesproten, had na den vroegen dood van zijn oom Philibert van Chalon (1530) wapen en titel van Prins van Oranje aangenomen, met de aloude wapenspreuk der familie zijner moeder: „Je Maintiendrai Chalon". Hij trad daarmede in het bezit van rijke goederen in Franche Comté, terwijl die in Frankrijk en het prinsdom gedurende den oorlog met Frankrijk nog in Fransche handen bleven; hij kreeg bij den vrede van Nizza (•538) ook Oranje terug, dat evenwel, bij het opnieuw uitbreken van den oorlog vier jaren later, weder door koning Frans I bezet werd.

Zoo kwam Oranje, het sedert de 1 ide eeuw in een prinsdom veranderde kleine gebied in Provence, dat eenmaal het graafschap was geweest van den door de Karolingische legende met ridderlijken glans omgeven paladijn Guillaume au Cort-Nez (Cornet), in het bezit van den Nederlandschen tak der Nassau's. Het besloeg geen omvangrijk terrein, het leverde evenmin belangrijke inkomsten op en het werd aan alle zijden door het gebied van den machtigen Franschen koning omvat, maar het had door den vorstelijken titel, die ermede verbonden was, een eigenaardig belang voor den bezitter, die in de Nederlanden slechts leenman, zij het dan een der eerste leenmannen van zijn Bourgondischen vorst was en wiens Duitsche graventitel hem slechts maakte tot een der tallooze Duitsche rijksgraven, maar die hier, in Oranje, onafhankelijk vorst mocht heeten zoo goed, placht zijn neef Wilhelm later te zeggen, als de koningen van Frankrijk en Spanje zelf. De ridderlijke geslachten van Oranje, Baux en ChaMon, die er elkander waren opgevolgd, hadden zich er weten te handhaven zoowel tegen de overweldigende macht der Fransche koningen als tegenover de pauselijke macht in het naburige Avignon. De glans der Grallisch-Romeinsche stad Arausio met haar aloud kasteel, dat een van de belangrijkste steunpeunten der Karolingers was geweest in den sagenrijken strijd tegen de Mooren, later een der beroemdste vestingen uit dén Provencaalsen riddertijd, verleende aan den naam Prins van Oranje een niet geringe bekoring,

Sluiten