Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

erfgenaam, droeg later den bijnaam „de Rijke", al had hij bijna zijn gansche leven lang met financieele zorgen te kampen en was hij feitelijk alleen rijk aan kinderen. Hij werd in 1487 geboren, was zijn vader, graaf Johan, in 1516 in Nassau opgevolgd, huwde in 1505 met de Nederlandsche edel vrouwe Wal purgis van Egmond en na haar dood (1529) met de Lutherschgezinde Juliana, gravin van Stolberg-Wernigerode, zelve weduwe reeds van graaf Philips van Hanau. Het huwelijk werd 20 Sept. 1531 gecontracteerd en denzelfden dag voltrokken.

Graaf Wilhelm, een gemoedelijk, voorzichtig en verstandig vorst, hield zich in de eerste plaats bezig met het landsvaderlijk beheer zijner goederen, dan met het proces over Katzenelnbogen, dat reeds sedert 1500 aanhangig was en hem met landgraaf Philips van Hessen, een der hoofden van de „Lutherij", in doodelijke vijandschap deed leven. „II a consumé en ceste poursuite son bien et son age", zegt de Prins, zijn zoon, er later van. Toch liet hij zich door die felle vijandschap niet weerhouden zelf tot de denkbeelden van Luther over te hellen. Johann Friedrich, hertog van Saksen-Coburg, Luther's beschermer, bezocht hem in 1526 op den Dillenburg en zond hem later eenige boeken van Luther. Wilhelm riep in 1529, blijkbaar in verband met zijn tweede huwelijk met eene luthersche, een lutherschen predikant als kapellaan naar zijn slot maar bleef, overeenkomstig zijn voorzichtigen aard, voor het uiterlijk nog katholiek gelijk zijn broeder Hendrik hem nog steeds als zoodanig beschouwde; ook Karei V liet hem nog in 1530, blijkbaar ook als zoodanig, mèt den graaf van Nieuwenaar, den ijverig lutherschen keurvorst Johann Georg van Saksen over diens kerkelijke houding 's Keizers ontevredenheid betuigen. Hij onthield zich voorloopig dan ook van aansluiting bij de krachtige protestantsche oppositie in het Rijk tegenover den Keizer, wiens hulp hij immers noodig had in zijn proces en dien hij als den landsheer en vriend zijns broeders had te ontzien. De Keizer heeft Wilhelm in 1533 zelfs het Gulden Vlies aangeboden, welke katholieke orde deze evenwel op gezochte gronden afwees. Eerst in 1536 sloot hij zich, na een reis naar Weenen met den keurvorst van Saksen, aan bij den Schmalkaldischen Bond.

Maar zijn huwelijk met de ijverig protestantsche Juliana had toch reeds voldoende zijn werkelijke godsdienstige gezindheid getoond, al onthield hij zich tot zijn dood van alle bemoeielijking der Katholieken in zijn gebied en bleef hij nog lang sommige katholieke godsdienst-

Sluiten