Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bergwouden in den omtrek en het vischrijke riviertje leverden gemakkelijk wat voor het onderhoud eener zoo talrijke bevolking noodig was. Een uitvoerige „Bergfriedordnung" stelde vaste regelen voor de handhaving van orde en rust te midden van die allen. Het stadje aan den voet van den berg was van weinig beteekenis.en ontleende zijn belang vooral aan de behoeften van de slotbewoners, die huisden in de talrijke vertrekken van het telkens vergroote kasteel met zijn monumentale poorten en zijn ruime binnenhoven.

De opvoeding, die de jonge Wilhelm genoot, was echt-Duitsch, huiselijk, gemoedelijk, eenvoudig, gericht op krachtige ontwikkeling van lichaam en geest; wat het godsdienstig leven betreft, volgens de beginselen der Augsburgsche Confessie, die zijne moeder met geheel hare ziel aanhing. Al bleef de vader nog steeds een voorzichtige houding aannemen en hield hij zich trouw aan den Keizer in diens strijd van 1546/7 tegen den Schmalkaldischen Bond, waarbij hij aanvankelijk aangesloten was geweest, hij gold in deze dagen, vooral sedert,omstreeks 1540, zonder twijfel aan het Bourgondische hof toch voor een „ketter".

Zou de elfjarige, in het luthersche geloof opgevoede zoon van dezen ketter de rijke erfenis van zijn neef mogen aanvaarden ? Deze vraag werd na René's dood in den Geheimen Raad te Brussel ernstig overwogen, ondanks 's Keizer's aan René gegeven algemeene toestemming tot het samenstellen van zijn testament. .De Prins zelf vermeldt later in zijn Apologie, dat met name de president Lodewijk van Schore in dien Raad het bezwaar opwierp. Nog in den herfst had' de Keizer het testament niet uitdrukkelijk bevestigd. Die bevestiging is eerst toen verstrekt en bij antidateering op 14 Juli gesteld, dus nog vóór den dood van René.

De reis van .den vader naar Brussel was dan ook allerminst overbodig, te eer omdat hijzelf in René's testament niet aangewezen was als een der uitvoerders van diens wilsbeschikking. Gedurende zijn verblijf in de Nederlanden werd over het testament en zijn gevolgen tusschen hem en zijn raad Wilhelm Knüttel, den Keizer, landvoogdes Maria en de Bourgondische raden, onder wie vooral met den ouderen Granvelle en Hugö Brnrguridius, onderhandeld. Het resultaat van deze onderhandelingen werd nog vóór Kerstmis vastgesteld. De kettersche vader moest alle aanspraken op de voogdij van zijn zoon laten varen; zij werd eershalve opgedragen aan den in René's testament genoem-

Sluiten