Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den bloedverwant Adolf van Holstein-Schauenburg, maar naast dezen wezenlijk aan twee door den Keizer aangewezen vertrouwde raden, de edellieden Jean de Mérode, oud dienaar der Nassau's, en Claude Bouton de Corbaron, stalmeester der landvoogdes en vertrouwd hoveling.

Zij lieten de feitelijke administratie over aan de te Breda resideerende Nassaijsche raden Montanus (Steven van den Berghe), Jan van Renesse, drost van Breda, en Hugo Maubus, van wie de eerste

twee gunstig gezind waren voor des vaders aanspraken, terwijl de laatste daarentegen vooral de rechten der voogden behartigde en zonder eenigen twijfel de invloedrijkste was. De vader moest er zelfs in toestemmen, dat zijn zoon geheel aan de ouderlijke zorgen werd onttrokken en onder het toezicht der benoemde voogden in de Nederlanden, d. i. te Brussel en Breda, verder werd opgevoed voor de taak, die hem later, volgens het voorbeeld zijner beroemde Nederlandsche voorgangers, in den Bourgondischen staat zou wachten. De. ouders-moesten er ook in toestemmen, dat hun. oudste zoon niet langer in de ldthersche leer maar in de katholieke werd grootgebracht — een offer aan de toekomst van hun kind, dat de zeer protestantschgezinde moeder veel • moet hebben" gekost, meer dan den vader. Een Nederlandsch school¬

meester of gouverneur zou hem „uf die hielandische (d. i. Bourgondische) weis" onderrichten.

Van de aanvankelijke hoop des vaders, dat de bezittingen en rechten van den.Nederlandschen tak van zijn huis voortaan onmiddellijk dienstbaar gemaakt zouden worden aan dê belangen van hemzelven en den Duitschen tak, kwam niet veel. terecht;- hoogstens zou later, als de nieuwe Prins van Oranje meerderjarig zou- zijn en meester van zijn eigen lot, de oude vriendschappelijke verhouding tusschen de beide

Landvoogdes Maria van Hongarije.

Naar een schilderij in het Hofmuseum te "Weenen.

Sluiten