Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moesten delven tegenover 's Keizer's zegevierende legers, werd voorloopig nog niet vervuld, al handelde hij daarover voortdurend met den Keizer, met diens-zegevierenden veldheer, Maximiliaan van Egmond, graaf van Buren, met de Granvelles en kreeg hij ten stotte de veelbegeerde toezegging. Deze werd echter in 1552 bij het den Keizer door keurvorst Moritz van Saksen afgedwongen verdrag van Passau weder ingetrokken ten gunste van den toen vrijgelaten landgraaf.

Intusschen groeide de jonge Prins op. Corbaron roemt hem als een volgzamen knaap, die belooft „qu'il sera homme de bien"; hij was geliefd in zijn gansche omgeving en bijzonder gezien bij de landvoogdes en aan het hof. Ook de Keizer zelf was zeer met hem ingenomen en nam hem herhaaldelijk op in zijn gevolg, o. a. op zijn reis naar den rijksdag van Augsburg in den voorzomer van 1548. Er wordt vermeld, dat de Keizer bij belangrijke besprekingen hem in zijn iabinet liet blijven met een „demeurez Prince'. Maximiliaan van Buren, die in dat jaar stierf, had reeds ernstige plannen gemaakt voor een toekomstig huwelijk tusschen den Prins, den erfgenaam van zijn gestorven boezemvriend Hendrik van Nassau, en zijn eenige dochter Anna. Voorloopig zou hij nog aan het hof blijven, ja onmiddellijk aan 's Keizers persoon worden verbonden. Hij volgde-alvast 's Keizers zoon Philips in 1549 op diens huldigingsreis naar Antwerpen, waar hij met Corbaron in prachtig ridderkostuum deelnam aan een beroemd tournooi. Hij ontving Philips op schitterende wijze vervolgens in zijn kasteel te Breda.

Hij oefende zich ijverig in de zaken, die tot de opvoeding van een jong edelman behooren: rijden, schermen, dansen enz. Verder mogen wij aannemen, dat hij, opgevoed volgens de „hielandische" methode, d. i. die der Nederlandsche humanisten, in dezen tijd den grond legde voor de ruime talenkennis, die hij later bl^kt te bezitten. Behalve het Duitsch, dat hij totnogtoe uitsluitend had gesproken, en het thans grondig aangeleerde Fransch, kende hij later Latijn, Spaansch, Italiaansch, misschien ook wat Engelsch; ook het Dietsch, het Nederlandsch, de taal van een groot deel der bewoners zijner bezittingen, zal hij in dezen tijd machtig zijn geworden, want hij blijkt het later goed te kennen, al schreef hij het ongetwijfeld doorspekt met Duitsche termen en vormen zooals hij het ook moet gesproken hebben. Verder zal hij eenige kennis hebben opgedaan van het beheer van goederen, groot grondbezitter als hij eenmaal zou worden. Zijn gods-

3

Sluiten