Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het kasteel van Breda.

Detail eener prent van Bartholomaeus Dolendo.

TWEEDE HOOFDSTUK.

HOF- EN KAMPLEVEN.

De achttienjarige Oranje had reeds een jaar te voren persoonlijk den eed afgelegd op zijne Brabantsche leenen: stad, land en huis van Breda met Steenbergen, Roozendaal en Oosterhout, het burggraafschap van Antwerpen, de heerlijkheid Rumpt, slot en stad Sichem, de heerlijkheden Herstal, Assche en Grimbergen, het dorp Zundert, de heerlijkheden Gageldonck, Meerhout, Vorst, Hojede, de uitgestrekte hofstede Weyenberge, eenig land te Wolmerssem. Ook zijn Zuid-Hollandsche bezittingen uit de erfenis van Polanen, die weldra veel hadden te lijden van den vreeselijken watervloed van 1552, en verder die in Oranje, Dauphiné, Bourgogne en Franche Comté nam hij thans zelf in beheer. Daarbij kwamen nu de rijke bezittingen zijner eveneens achttienjarige gemalin, waarvan Buren, IJselstein, Leerdam, Cortgene, St. Maartens-

Sluiten