Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich bij voortduring in de omgeving van den Prins bevond en hem van raad bleef dienen, vestigde zich afwisselend te Brussel en Breda, nam in de hoofdstad deel aan het drukke hofleven maar trok zich soms met een deel zijner gewone hofhouding in het stillere kasteel te Breda terug. Ook daar werd een weelderig leven geleid, dat de verbazing en bewondering der bezoekers wekte.

Aan het prachtlievende Bourgondische hof, waar de krachtige, mannelijk gestemde landvoogdes met hare neigingen tot paardrijden, jagen en muziek den toon aangaf, was het leven bijzonder kostbaar en rumoerig. Onder de vorige landvoogdes, 's Keizers tante Margaretha, hadden kunst en wetenschap aan het hof een grootere plaats ingenomen en was het stemmige Mechelen en haar keurig klein paleis aldaar middelpunt van het hofleven geweest Nog kon men zeggen, dat ten minste de hooge adel in humanistischen zin was opgevoed en goed ontwikkeld. Thans, onder Maria, was het weelderige Brussel, gelijk onder de oudste Bourgondiërs en onder Philips den Schoone, vol van alles wat met dat hofleven samenhing. En dat leven droeg omstreeks 1550 een vrij ruw karakter. Tal van leden van den hoogen Nederlandschen adel hadden er hunne paleizen; de Croys, de Lalaings, de Lignes, de Egmonds, de Montmorencys, de Megens, de Brederodes gaven er den toon aan en trokken er den lageren adel heen; beroemde krijgslieden als de ruwe Maarten van Rossum, thans keizerlijk maarschalk van Gelre, kwamen er zich geregeld vertoonen. Men zag er een aaneenschakeling van tournooien, balspelen, caroussels, bals, maaltijden, recepties en feesten van allerlei aard, die hooge eischen stelden aan de financieele krachten van den adel. Er werd zwaar geleefd aan dit hof, veel gegeten en gedronken, hoog gespeeld, zoo zelfs, dat de voor zichzelve godsdienstige landvoogdes, eertijds Erasmus' „christelijke weduwe", hoewel zelve prachtlievend en geneigd tot een weelderig leven, herhaaldelijk hare ergernis luchtte over dit spilzieke, ruwe, brassende gedoe, waaraan zij, zoo zij zoons had, deze niet zou willen blootstellen, naar zij zeide, en dat ook haren neef, Philips, den toekomstigen landsheer, met zijn strenge kerkelijke opvattingen, verre van sympathiek was.

Oranje was de schitterendste, de rijkste van die edelen, wier uitspattingen hij gaarne deelde. Feesten als het doopfeest te Breda van 12 Dec. 1553, waarbij de landvoogdes, de aartsbisschop van Keulen, de hertog van Savoye, die van Aerschot, de graaf van Hoorne, de

Sluiten