Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Buren, maar in 1549 afgelost, weder van Philips in pand nam tegen betaling eener som van ƒ60000, waarop hij er in het volgende jaar als heer werd gehuldigd. Zijne bezittingen werden beheerd door een rentmeester of ontvanger-generaal, omstreeks 1560 Mark van Steelant, onder wien een I5tal ontvangers zetelden in de middelpunten van zijn grondbezit: Breda, Steenbergen, de Leek, Niervaart, Buren, Leerdam, IJselstein, St. Maartensdijk, Oosterhout, Grimbergen, Diest, Vianden, Warneton, Grave. Te Breda bestuurde een drost.

Zijn gemalin, opgegroeid in deze omgeving, dochter van den veldheer, die zich in zijn stervensuur in het harnas liet kleeden en stierf met een glas in de hand, drinkend op zijn Keizer, schijnt zich in dat roezige hofleven te hebben geschikt, maar toch voor het rustige leven te Breda meer te hebben gevoeld. Wij bezitten een aantal brieven van den Prins aan haar uit het kamp, waarin, ondanks alles wat dienaangaande bij latere geschiedschrijvers meer is aangeduid dan gezegd, voortdurend blijk wordt gegeven van een uitnemende verstandhouding tusschen de beide echtgenooten: zorg voor hare soms wankelende gezondheid, begeerte naar geregelde ontvangst harer brieven, als zij zich gedurende zijn afwezigheid stil in het kasteel van Breda ophoudt, aardige toespelingen op de genoegens van het huiselijk leven, dat hij zoo lang moet missen, kleine plagerijen, hartelijke betuigingen van liefde en aanhankelijkheid, van verlangen naar haar gezelschap zijn er volop in te vinden. Zij schonk hem twee kinderen, die haar overleefden: Philippe Guillaume (geb. 19 Dec. 1554) en Marie (geb. 7 Febr. 1556); de „petits", waarvan in een dier brieven aan „ma femme mamie" sprake is, zijn wel de eerste en een vroeg gestorvene. Het lieftallige gelaat met de zachte, regelmatige trekken spreekt van een kalmen, lieven gemoedsaard, waarmede ook de toon van 's Prinsen talrijke brieven — de hare zijn verloren — ten volle overeenkomt. Haar tot ons gekomen receptenboek, geërfd van haar grootmoeder, geeft getuigenis van haar huishoudelijke zorgen. En hijzelf, al mocht dan de maalstroom van het Brusselsche hofleven ook hem hebben medegevoerd, ook uit zijn portret uit deze jaren spreekt de kalme heldere geest van den slanken, gezonden, door de buitenlucht gebruinden, zwierig gekleeden jongman met het donkerbruine krulhaar; de lichtbruine, heldere, verstandige oogen, die van dit portret uit tot ons spreken, zijn niet die van een lichtmis, een doorbrenger, maar die van een diep gemoed,

Sluiten