Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat, wel verre van door hartstochten te worden medegesleept, in dat ruwe en rumoerige leven ten slotte zijn evenwicht weet te bewaren. De taal, waarin bovengenoemde brieven geschreven zijn mèt die aan koningin Maria over krijgszaken de eerste, die wij van hem bezitten, is het Fransch, de hoftaal, de omgangstaal van den hoogen Nederlandschen adel. Men mag onderstellen, dat zij ook voor het hofgezin te Breda de gewone taal was.

Zoo was de jongman, die thans gerechtigd was tot de titels van prins van Oranje, graaf van Nassau, Katzenelnbogen, Dietz, Vianden, Tonnerre, Chamy en Buren, heer van Leerdam, Breda, Diest, Grimbergen, Arlay, Nozeroy, Chastelbellin.Waestene, IJselstein, Cranendonck, St. Maartensdijk, burggraaf van Antwerpen en Besancon. Zijn gewone handteekening „Guillaume de Nassau", die tallooze malen onderstukken van allerlei aard voorkomt, houdt de afkomst uit het oude Duitsche geslacht stevig vast; de andere, „Wilhelm, Printz zu Uranien", komt veel minder en dan nog in hoofdzaak alleen onder Duitsche en enkele Nederlandsche brieven en stukken voor.

De in het voorjaar van 1552 uitgebroken oorlog met Frankrijk gaf den jongen vorst gelegenheid om zijn militaire talenten te toonen. Reeds 27 Juli 1551 veroorloofde koningin Maria hem een bende van 200 ruiters bijeen te brengen, waarvan hij „chef" zou zijn, en 16 Dec. had zij hem vergunning gegeven om bij Buren krijgsknechten te werven, de kern van een regiment voetvolk van 10 vendels, waarvan hij de kolonel zou zijn en dat hij in den voorzomer van 1552 op de toen gebruikelijke wijze in het sedert Karei van Gelre en Maarten van Rossum aan landsknechten rijke Geldersche gebied eerst bij Buren, daarna in het Overkwartier, van den omtrek van Thora en Weert uit bijeenbracht. Half Juni was het regiment nog niet geheel bijeen maar de Prins haastte zich met een deel zijner vendels in Juli naar het Henegouwsche land, daarna naar het keizerlijke legerkamp bij Aken, van waar hij zich in September met zijn regiment, dat bij de afdeeling van Hoogstraten was gevoegd, over de Maas naar Artois begaf, nadat zijn plan om met het hoofdleger des Keizers tegen Metz op te trekken op de bevelen der landvoogdes was afgestuit. Hij nam vervolgens met de regimenten van Brederode, Maarten van Rossum, Aerschot, enz. deel aan den verwoestenden veldtocht in Artois. In

Sluiten