Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

belovend terug te zullen komen om deel te nemen aan de kroning van den opvolger, Frans IL te Rheims. De Prins verklaarde later door dit bericht „dès lors", van dit oogenblik af, bewogen te zijn om te trachten de „vermine Espagnole", volgens hem oorzaak en middel bij dit plan, uit de Nederlanden te doen.verdwijnen, „esmeu de pitié et de compassion" als hij was door deze ontstellende mededeelingen.

Het verhaal, dat ons op deze wijze in 's Prinsen Apologie is overgeleverd, is volstrekt niet onwaarschijnlijk, als men namelijk daarbij niet denken wil aan een geheel uitgewerkt, binnen korten termijn uit te voeren moordplan, doch slechts aan algemeene besprekingen over een samenwerking, die zonder twijfel geheel in de lijn der politiekreligieuse denkbeelden van Philips II past en, ook sedert de samenkomst te Bayonne in 1565 gelijk later, allerminst tot de onmogelijkheden zou hebben behoord. Werkelijk is er in die dagen gehandeld over een verbond met kerkelijke bedoelingen en in 1562 hebben Oranje en Egmond met Granvelle over de ook toen reeds dienaangaande loopende geruchten gesproken, waarbij zij melding maakten van Alva's voorstellen aan Hendrik II in 1559. Wat 's Prinsen gevoelens van medelijden betreft, men mag aannemen, dat, bij al zijn toenmalig gebrek aan werkelijken godsdienstzin, zijn gemoed voor dergelijke overwegingen wel vatbaar was. Ten slotte, zijn staatkundige houding in de eerstvolgende jaren is met zijn verklaring omtrent den toen ontstanen omslag in zijn gevoelens tegenover 's Konings staatkunde in het algemeen en diens kerkelijke plannen' geenszins in strijd te achten. Een en ander geeft ons aanleiding de waarheid van het verhaal niet in twijfel te trekken, ook al zou het vaststaan*, dat Granvelle van Alva's besprekingen over onderlinge hulp tegen de ketters en inquisitie-plannen niets geweten heeft, zooals hij in 1562 tegenover Egmond en Oranje volhield.

De Prins is inderdaad op verlangen des nieuwen Konings van Frankrijk na half September naar Rheims gekomen, zij het dan eenige dagen later dan deze gewenscht had. Nog in December heeft Frans II hem, den gijzelaar, wederom naar Péronne ontboden, daar nog niet alle voorwaarden van den vrede door de Bourgondische regeering waren vervuld, maar wij weten niet, of hij werkelijk heeft moeten gaan.

Maar niet alleen in zaken van de buitenlandsche staatkunde der

Sluiten