Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitgeput, hongersnood en pest woedden, de ontevredenheid nam overal toe, de onbetaalde troepen muitten en plunderden, het gansche land werd met ondergang bedreigd; de Keizer had zijn vertrek naar Spanje zelfs moeten uitstellen, omdat er geen geld was om de reiskosten te betalen, en koning Philips had tijdens zijn verblijf in Engeland het geld voor zijn onderhoud moeten leenen. Men deed wanhopige pogingen om aan geld te komen. De bijeengeroepen StatenGeneraal weigerden echter op grond van de algemeene uitputting des volks in het voorjaar van 1556 de verlangde algemeene belastingen en de verarmde gewesten stemden slechts toe in, overigens zware, afzonderlijke opbrengsten. In Aug. 1557 vroeg Philips opnieuw in dringende termen van de Staten-Generaal te Valenciennes hulp en raad in zijn ernstige financieele moeilijkheden.

Bij de onderhandelingen over een en ander hadden de leden van den Raad van State, ook Oranje, die in het bijzonder als „chief des finances" voor deze belangen had te waken, op verzoek des Konings, herhaaldelijk persoonlijk hunnen invloed te doen gelden, de laatste vooral in Brabant eh Holland, waar zijn grootste bezittingen lagen. Oranje kweet zich noodgedrongen en blijkbaar met weinig lust en ijver van die taak, die hem tien maanden lang tot allerlei voorstellen en besprekingen aanleiding gaf en eerst in Mei 1558 eindigde met de schoorvoetende toestemming der Staten-Generaal in een zware staatsleening, waarvoor 9 jaren lang 800000 pd. zou worden opgebracht voor rente, aflossing en troepenbetaling. Maar nieuwe financieele eischen des Konings, in Aug. 1558 aan de weder te Atrecht samengeroepen Staten-Generaal, in April 1559 aan de provinciën afzonderlijk, in Juni 1559 aan de nieuwe Staten-Generaal te Brussel, in Augustus aan hetzelfde lichaam te Gent, werden door de gewestelijke Staten hardnekkig afgewezen, tot diepe ergernis des Konings, die sedert een hevigen afkeer had van dergelijke vergaderingen wegens den toon, dien de Staten aansloegen, en wegens hunne zijn gezag bedreigende eischen. De ontevredenheid der bevolking nam bedenkelijk toe, vooral wegens de voortdurende aanwezigheid der 16 vendels Spaansche troepen in de grensvestingen, ook nog toen eenmaal de vrede gesloten was. Men zag in hen de werktuigen des Konings, waarmede hij de stemming des volks mogelijk zou willen bedwingen, en eischte hunne spoedige verwijdering, zoodra zij afbetaald zouden zijn. Ook de hooge Neder-

Sluiten