Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wil, die naar hun inzicht met genoemde belangen in klaarblijkelijken strijd was.

Voor koning Philips waren de Nederlanden feitelijk de belangrijke voorpost in Noord-Europa van zijn wereldrijk, dat zijn macht over de wereld moest vestigen en zijn kerkelijke en wereldlijke plannen moest verwezenlijken; voor den Prins en de zijnen waren zij een gebied, welks belangen de richting van de Brnsselsche, de Bourgondische regeering in de eerste plaats moesten aanwijzen. In het bijzonder moest dit verschil uitkomen ten opzichte van de verhouding tot het Duitsche Rijk. De door Karei V ingestelde Bourgondische kreits van 1548 moest volgens de opvatting van Philips zoo los mogelijk van dat Rijk worden gemaakt en met Spanje zoo nauw mogelijk worden verbonden; volgens die van den Prins moest juist de band met het Rijk nauwer worden aangehaald om de afhankelijkheid van Spanje te verminderen.

Maar dat alles heeft ongetwijfeld in het brein van den nauwelijks 26-jarige nog geen afgeronde vormen aangenomen, hoe vroegrijp hij moge geweest zijn. Vroegrijp, want èn zijn brieven uit deze jaren èn zijn belangrijke werkzaamheid zelve getuigen daarvan ten duidelijkste.

Bij of kort vóór het afscheid is evenwel nog iets van beteekenis geschied. In 's Prinsen instructie als stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht was hem uitdrukkelijk opgedragen „de veroordeelde gezindheden" te straffen en uit te roeien volgens de plakkaten en in een nadere instructie was hem nog eens uitdrukkelijk ingescherpt de godsdienstplakkaten in volle gestrengheid uit te voeren. De Koning beval hem thans met zooveel woorden aan, zoo verhaalt de Prins later, verscheidene suspecte „gens de bien" krachtens die plakkaten om het leven te brengen, wat hem van het begin af zeer tegen de borst stuitte.

Doch niet alleen in politieke inzichten stonden Philips en Oranje reeds toen in tegenstelling tot elkander. Er is tusschen de twee ook een scherpe persoonlijke tegenstelling, een verschil van karakter, dat hen noodzakelijk tegenover elkander moest plaatsen en beiden hebben dit — dat is waar in het verhaal der Mémoires van Vieilleville — zoo goed als van het begin af gevoeld.

Koning Philips was een geheel ander man dan de wereldsche Oranje van dezen tijd, den Oranje, dien hij persoonlijk gekend heeft en nooit

Sluiten