Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den Prins en diens goeden wil om den Koning te dienen in twijfel te trekken. Zelfs de Koning gaf thans zijn aanvankelijke bedenkingen op. De huwelijkszaak sleepte echter zoo lang voort, dat men zich te Brussel reeds vleide met de mislukking, De Prins, blijkbaar daarvoor ook ernstig beducht, besloot nu persoonlijk met keurvorst August en de bruid zelve in overleg te treden. Daartoe bood het huwelijk van graaf Günther met zijn zuster Catharina (17 Nov. 1560) gelegenheid. Hij reisde over Dillenburg en Arnstadt naar Schwarzburg, waar hij met de Dillenburgsche familie en graaf Ludwig verscheen. Tien dagen daarna begaf hij zich over Weimar en Naumburg naar Dresden.

Hij bracht er, volmaakt hoveling en knap van voorkomen als hij was, keurvorst August en Anna zelve in verrukking. Zij wilde geen kwaad van hem hooren en toonde zich over de ooren verliefd op den „schwarzen Verrather"; de keurvorst van zijn kant verheugde er zich buitengewoon in, dat de Prins te Dresden in de luthersche kerk kwam en zich op kerkelijk gebied „verwonderlijk" uitliet. Maar de voorzichtige Prins weigerde toch, in een belangrijk gesprek „au bois", al te ver te gaan met zijn beloften, met name dienaangaande iets op schrift te zetten. Evenwel, de kennismaking was zeer bevredigend uitgevallen, de ontvangst niet minder en in de beste stemming keerde de Prins naar Sondershausen terug om er de door den keurvorst beloofde beslissing, na nieuw aanzoek bij den landgraaf, af te wachten. De keurvorst had zelfs verklaard desnoods alleen te willen beslissen.

Oranje bleef te Sondershausen tot in Januari 1561 hangen, intusschen zich op de hoogte stellend van de geheimzinnige troepenlichting in Frankenland, waar de avontuurlijke Wilhelm von Grumbach, die jaren achtereen het land in opschudding heeft gehouden, zich gereedmaakte om Midden-Duitschland in rep en roer te brengen; hij berichtte de Brusselsche regeering daarover, in het voorbijgaan weder aanwijzend, wat zijne Duitsche relaties voor haar konden opleveren.

Bij Philips van Hessen verschenen nu tegen het einde van December twee afgezanten: de Nassau-Dillenburgsche raad Wilhelm Knüttel namens Oranje, de Saksische Hans Genitzsch namens keurvorst August.

De berichten van Knüttel bevatten inderdaad zeer belangrijke zaken omtrent Oranje's werkelijke gezindheid op godsdienstig gebied en waren er blijkbaar op berekend om den landgraaf over te halen. Hij zeide namens den Prins, dat de Prins toch eigenlijk niet was „der babstischen

Sluiten