Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de kleine gedoopt had, schreef Granvelle's correspondent Morillon den dag vóór Paschen dezen, dat hij niet vertrouwd werd; Morillon had ook vernomen, dat „le fait de la reiigion se porte bien mal a. Breda", dat men daar in vier maanden na den dood van den vorigen kapellaan geen mis had gelezen en dat Egmond en Oranje in den verloopen vastentijd des Zaterdags vleesch hadden gegeten.

Blijkbaar gaf men te Brussel, aan het hof der landvoogdes, meer om den schijn dan te Breda, waar men onder elkander was, doen kon wat men verkoos en geen last had van den weinig ij verigen geestelijke, die er de belangen der Kerk heette te behartigen in deze weinig kerkelijke, alleen voor den vorm katholieke omgeving.

Omtrent den doop te Breda van den 18 December 1564 geboren zoon Maurits, die 8 Dec. daar overleed, is eenige onzekerheid, maar landvoogdes Margaretha schrijft aan Philips 15 Febr. 1565 uitdrukkelijk, dat het kind katholiek gedoopt was. Kortom, al bleef de Prinses in haar hart misschien protestantsch, zij heeft, in deze jaren geen aanleiding. gegeven tot ernstige klachten van de andere zijde, die haar echter nooit geheel vertrouwde, en bezocht zoowel te Breda als te Brussel de mis, die 's Prinsen katholieke kapellaan bediende. Met de te Breda reeds omstreeks 1560 heimelijk bestaande kleine calvinistische gemeente beeft het prinselijke hof, dat van deze verachte „secte" niets weten wilde, aanvankelijk geen de minste betrekkingen gehad.

Maar de tijden veranderden en de Prins, die nog in 1563 zijn jongsten broeder,; graaf Heinrich, in het streng katholieke Leuven theologie liet studeeren en ook hem, tot ergernis van gravin Juliana, graaf Johan en graaf Ludwig zeiven, geregeld de, mis moest laten bijwonen, kwam door de gebeurtenissen in de Nederlanden ook tegenover den godsdienst eerst omstreeks 1566 tot andere gedachten en andere daden.

Ook in het afgelegen Oranje had hij steeds met godsdienstkwesties te kampen, hoezeer van een anderen aard, daar hij hier stond tegenover het hugenootsche Calvinisme, dat hij toen nog versmaadde. In zijn prinsdom, waar de energieke en weinig scrupuleuse hugenootsche leiders Charles du Puy-Montbrun en De Crussol hunne geloofsgenooten aanvoerden, heerschte in dezen tijd een hopelooze verwarring. In November 1561 maakten de Hugenoten zich van de stad meester en richtten er een woesten beeldenstorm in kerken en kloosters aan, zoodat de bis-

Sluiten