Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn talrijk gezin gunsten mocht hopen, volkomen volgzamen heer van Berlaymont, die ook tevens lid van den Raad van State was. Deze drie had Philips bij zijn vertrek aan zijn zuster bijzonder aanbevolen; zij vormden in theorie slechts een soort van „consulta" of achterraad volgens Spaansche gewoonte, teneinde de landvoogdes in te lichten bij het bezetten van geestelijke en wereldlijke posten, maar in de praktijk ging Margaretha in alle belangrijke zaken uitsluitend met hen te rade.

Het eenige, wat den bisschop in het oog van zijn vorst ontbrak, was dit, dat. hij geen Spanjaard was; overigens bezat Granvelle Philips' vertrouwen. Hij was het type van den kardinaal-minister van dien tijd.

Ten volle genoot hij dat vertrouwen evenmin als iemand anders, wie ook. Dat bleek reeds bij de groote hervorming op kerkelijk gebied, een geliefkoosd denkbeeld des Konings: de instelling van drie aartsbisdommen en 15 bisdommen in de Nederlanden met het doel om des te beter de daar, ondanks de bloedplakkaten van keizer Karei, veldwinnende ketterijen van Calvinisten, ■ Lutheranen en Doopsgezinden te kunnen bestrijden en de niet zeer ijverige Nederlandsche geestelijkheid krachtiger onder leiding te houden.- De Koning had daarbij aanvankelijk de hulp gevraagd niet van Granvelle maar van den bekwamen Brabantschen theoloog Franciscus Sonnius (van der Velde), die sedert 1557 de zaak met succes te Rome bij paus Paulus IV bepleitte; alleen de markies ■ van Bergen op Zoom, onder de hooge edelen, was aanvankelijk door Philips gedurende zijn laatste Engelsche reis op de hoogte, van het plan gebracht. Toch werd ook Granvelle spoedig ingewijd, want- hij was in hetzelfde jaar met Viglius en den kanselier van het Gulden Vlies, Philippe Negri, benoemd in een commissie uit den Raad van State, die met het voorloopig inrichten der te Rome voorgestelde nieuwe bisdommen belast werd. Maar Sonnius bleef de drijfkracht in deze zaak. Eerst in 1559 kwam zij geheel in orde; de pauselijke bul dienaangaande is gedagteekend van 12 Mei, al werd zij eerst' 21 Juli voltrokken en afgezonden. Philips kreeg er nog juist te Vlissingen bericht van en ontmoette er den uit Italië teruggesnelden Sonnius, die de bul had vooruitgezonden. Paulus' opvolger Pius IV bevestigde haar op 7 Maart 1561.

Granvelle. was echter over de wijze van uitvoering van het plan niet zeer tevreden. Hij had gaarne zijn voordeeligen, zetel te Atrecht verheven gezien tot dien van een Waalsch aartsbisdom, maar daarvoor

Sluiten