Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was na beraad Kamerijk aangewezen en hij werd, met den titel van primaat der Nederlandsche Kerk, aartsbisschop van Mechelen, welke nieuwe stoel minder rijk gedoteerd was dan die van Atrecht. Maar hij schikte zich ten slotte, werd door andere inkomsten schadeloos

gesteld en liet zich zelfs opnemen in de door Philips nog vóór zijn vertrek benoemde nadere commissie van uitvoering.

Zoo was hij dan na 1559 de werkelijke leider van het Nederlandsche bestuur zoowel op kerkelijk als op staatkundig gebied. Zijn verheffing tot kardinaal door Pius IV in diens consistorium van 26 Febr. 1561 plaatste hem nog hooger; zijn aartsbisschoppelijk paleis was het middelpunt van kerkelijk en ■ staatkundig leven, waar hij gaarne en rijkelijk recipieerde en zich met kunstschatten omgaf op het voorbeeld der Italiaansche kardinalen. De landvoogdes, die hij met groote slimheid in dagelijkschen omgang wist te beheerschen, liet zich door

hem leiden en zijn geregelde correspondentie met den Koning toont slag op slag, dat hij ook dezen meestal bracht tot wat hij wilde of anders handiglijk zijn eigen meeningen naar 's Konings wenschen wist te plooien.

De jonge Oranje had aanvankelijk met den machtigen, den steeds machtigeren primaat oogenschijnlijk op den besten voet gestaan en

Lamoraal, graaf van Egmond.

Naar een anoniem- schilderij in het Museum te Breslau.

Sluiten