Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sitie in de Brabantsche Statenvergadering tegen de financieele politiek des Konings in 1559 niet herbenoemd was als lid van dien Raad; eindelijk bij Granvelle's mededinger en doodsvijand, den bekwamen Bourgondischen diplomaat Simon Renard, die als gezant belangrijke diensten in Frankrijk, Engeland en Duitschland had bewezen, met name bij het sluiten van den wapenstilstand van Vaucelles. De Koning trachtte door genadige brieven het verzet tegen den kerkvorst langs den weg van welwillende tusschenkomst te breken maar de beide heeren lieten zich niet overtuigen en schreven in diep geheim 23 Juli 1561 — even vóór Oranje's bruigomsreis — den Koning een scherpen, tegen Granvelle gerichten brief, die door Egmond gesteld was.

Oranje en Egmond verklaarden daarin, dat zij den Koning reeds vóór diens vertrek gewaarschuwd hadden, dat zij den Raad van State zouden verlaten, als de zaken, zooals ook toen reeds nu en dan gebeurd was, feitelijk buiten hen om en toch onder hunne verantwoordelijkheid werden behandeld. Dit nu geschiedde thans in sterker mate dan ooit: de zittingen van den Raad hadden weinig om het lijf, de belangrijke zaken werden buiten den Raad behandeld, terwijl Granvelle zelfs „nageires" met nadruk had medegedeeld, dat ook zij desniettegenstaande daarvoor verantwoordelijk moesten zijn. Deze wijze van doen maakte hen, schreven zij, belachelijk; zij wilden zich niet langer op die manier laten behandelen en stelden den Koning voor de keus hen als leden van den Raad te ontslaan of te willen bevelen, dat alle zaken van belang in den vollen Raad zouden worden gebracht en niet door een of twee personen daaruit zouden worden afgedaan. Zij eindigden met de betuiging hunner trouw aan den Koning en het verzoek hunne belasteraars niet te willen gelooven. De brief werd in het Spaansch vertaald en eerst half Augustus weggezonden en wel aan een vijand van Granvelle, 's Konings staatssecretaris Erasso, die hem in diep geheim aan den Koning moest overgeven. Het is waarschijnlijk, dat niet de weliswaar elf jaar oudere maar weinig politiek ontwikkelde Egmond, hoewel steller en afzender van den brief, maar Oranje de leider is geweest bij dit eerste blijk van verzet tegen den nieuwen kardinaal, die het gewicht dezer hooge waardigheid ook tegenover de heeren sterk placht te doen uitkomen.

Toen de brief in Spanje aankwam, bevond zich aan 's Konings hof nog altijd de graaf van Hoorne, Philips van Montmorency', de toen

Sluiten