Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1562 herhaaldelijk, te Maastricht en te Weert, bijeen om te beraadslagen. Het resultaat was, dat zij dè landvoogdes vroegen, eerst om bijeenroeping der Vliesridders, daarna zelfs om die der Staten-Generaal, teneinde over den steeds bedenkelijker financieelen toestand des lands te raadplegen; zij waarschuwden haar en Granvelle voor de gevolgen der totnogtoe gevoerde binnenlandsche staatkunde. Zij vroegen haar tevens een der hunnen naar Spanje te zenden ten einde den Koning mondeling beter in te lichten omtrent den werkelijken toestand. Hoorne en Glajon, door de landvoogdes daartoe aangezocht, weigerden deze zending maar Montigny, Hoorne's broeder, stemde toe, en de landvoogdes keurde de bijeenroeping der Vliesridders goed. Een aanzoek van de zijde der Fransche regeering om een hulpkorps tegen de Hugenoten werd in den Raad van State afgewezen met toespeling op mogelijke ernstige ontstemming daarover in Duitschland, waarvoor Oranje, die steeds met Duitsche vorsten en edelen in briefwisseling stond, dringend waarschuwde, daar men er, vol wantrouwen tegen Granvelle, reeds lang sprak over zekere geheime verbintenissen tusschen den Paus, den Keizer, Philips en de Fransche regeering tot onderdrukking der Protestanten. Doch het was niet het lot der Protestanten maar veeleer de vrees voor een voor de Nederlanden verderfelijken algemeenen oorlog, die zoowel Oranje als de andere grooten bezielde, schreef Granvelle aan den Koning. En deze zette zijn plan in Frankrijk aanvankelijk door met benoeming van den graaf van Aremberg tot bevelhebber van het hulpkorps van 7000 man, dat tegen de Hugenoten zou optreden. " ; '

Op de bijeenkomst der Vliesridders (eind Mei 1562) moest Granvelle het weder duchtig ontgelden en alleen de Croy's - de hertog van Aerschot en zijn broeder, de jonge markies van Havré - weigerden zich aan te sluiten bij de voorgenomen „Liga" tegen den gehaten kardinaal, den rooden vos", den „rooden schurk", zooals zij hem onder elkander plachten te noemen, zinspelend op de kleur van zijn kardinaalsmantel.

Deze beweging onder de Vliesridders ontging de landvoogdes en haren raadslieden natuurlijk niet. Zij deden hun best om deze en dergelijke geheime beraadslagingen der Grooten te onderdrukken of ten minste onschadelijk te maken, maar Oranje, Egmond, Bergen, Hoogstraten en de hunnen gaven geen kamp. Toen Viglius in den Raad van State het voornemen der landvoogdes aankondigde om een zeer

Sluiten