Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oorloofde zich zelfs met enkele Duitsche vorsten te spreken over de verderfelijke Fransche plannen des Konings, die Aerschot geheel anders had voorgesteld, en over de scherpe ketterjacht in de Nederlanden. Oranje kwam eerst in December uit Frankfort terug.

Toen nu Montigny even daarna uit Spanje terugkeerde met het onbevredigende resultaat zijner reis, begon de Liga over verdere pogingen tegen Granvelle te handelen ter gelegenheid van een huwelijksfeest, dat in Egmond's paleis te Brussel gevierd werd en vele aanzienlijke edelen naar die stad had gebracht. Op den nden Maart 1563 volgde na die besprekingen een nieuwe dringende brief van Oranje, Egmond en Hoorne, als leden van den Raad van State, aan den Koning.

In dat geharnast schrijven waarschuwden zij dezen met nadruk voor de „apparente ruyne des affaires" hier te lande, waardoor zij wel genoodzaakt waren de „source de ce dangier" zonder omwegen te noemen. Deze was geen andere dan „1'auctorité qu'a le cardinal de Granvelle ès affaires de ces pays". Zij vroegen daarom hem deze macht te ontnemen en wel zonder „aucun dilay ni dissimulation", wat zij zeiden te verlangen uit naam van „plusieurs principaulx seigneurs". Mocht de Koning dit weigeren, dan begeerden zij van hem „de nous déporter de 1'estat du Conseil"; zij betuigden echter, om den Koning gerust te stellen wat den godsdienst betreft, te willen blijven „bons subgectz et vassaulx catholiques", waarvoor zij „bon zèle" hadden evenals de andere „seigneurs principaulx, la noblesse et aultres gens de bien"; het „commun peuple" daarentegen was „assez endommaigé" en, zeiden zij hatelijk, „n'y remédié en riens la vie du cardinal ny son auctorité". Zij eindigden met opnieuw hun onveranderlijke trouw aan den Koning te betuigen.

Glajon, die geweigerd had den brief te teekenen en thans voorgoed uit de Liga trad, trok zich, ook wegens de houding zijner talrijke schuldeischers, spoedig terug naar zijn Fransche goederen, waar. hij einde des jaars overleed; Aremberg weigerde eveneens en ging heen naar zijn afgelegen stadhouderschap Friesland. Overigens hadden bijna alle vliesridders en stadhouders den brief goedgekeurd, zoodat die als het ware in hun naam was geschreven. De drie onderteekenaars besloten verder den Raad van State niet meer te bezoeken, zoolang de Koning geen antwoord had gezonden, en maakten dit besluit bekend; ook de andere leden der Liga toonden Granvelle onomwonden hunne

Sluiten